wetzoeker

Artikel 12 Stabilisatie- en Associatie-Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds

TERRITORIALE VOORWAARDEN

1 Aan de in titel II genoemde voorwaarden voor het verkrijgen van de oorsprong moet zonder onderbreking in de Gemeenschap of in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zijn voldaan, behoudens de artikelen 3 en 4, en lid 3 van dit artikel.

2 Onverminderd de artikelen 3 en 4 worden producten van oorsprong die uit de Gemeenschap of de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië naar een ander land worden uitgevoerd en vervolgens opnieuw worden ingevoerd, als niet van oorsprong beschouwd, tenzij ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat:

a. de terugkerende goederen dezelfde zijn als de eerder uitgevoerde goederen, en

b. de goederen tijdens de periode dat zij waren uitgevoerd geen andere be- of verwerkingen hebben ondergaan dan die welke noodzakelijk waren om ze in goede staat te bewaren.

3 Een buiten de Gemeenschap of de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verrichte be- of verwerking van de uit de Gemeenschap of de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië uitgevoerde en later wederingevoerde materialen ontneemt niet het karakter van product van oorsprong overeenkomstig titel II indien:

a. de genoemde materialen geheel en al in de Gemeenschap of de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zijn verkregen dan wel, voorafgaand aan de uitvoer, aldaar een meer ingrijpende be- of verwerking dan de in artikel 7 vermelde hebben ondergaan, en

b. ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden aangetoond dat:

i. de wederingevoerde goederen het resultaat zijn van de be- of verwerking van de uitgevoerde materialen, en

ii. de totale buiten de Gemeenschap of de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië toegevoegde waarde niet meer dan 10% bedraagt van de prijs af fabriek van het als product van oorsprong aangemerkte eindproduct.

4 Voor de toepassing van lid 3 is titel II betreffende het verlenen van de oorsprong niet van toepassing op buiten de Gemeenschap of de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verrichte be- of verwerkingen. Wanneer evenwel, in de lijst van bijlage II, voor de vaststelling van de oorsprong van het betrokken eindproduct een regel is opgenomen die de maximumwaarde van alle gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen vaststelt, mogen de totale waarde van de niet van oorsprong zijnde materialen die in het gebied van de betrokken partij worden verwerkt en de totale buiten de Gemeenschap of de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië overeenkomstig dit artikel toegevoegde waarde het vermelde percentage niet overschrijden.

5 Voor de toepassing van de leden 3 en 4 wordt onder „totale toegevoegde waarde” verstaan alle buiten de Gemeenschap of de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gemaakte kosten, met inbegrip van de waarde van de toegevoegde materialen.

6 De leden 3 en 4 zijn niet van toepassing op producten die niet aan de voorwaarden van de lijst in bijlage II voldoen of die slechts kunnen worden aangemerkt als toereikend te zijn be- of verwerkt door toepassing van de algemene tolerantieregel van artikel 6, lid 2.

7 De leden 3 en 4 zijn niet van toepassing op producten van de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerde systeem.

8 Buiten de Gemeenschap of de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verrichte be- of verwerkingen als bedoeld in dit artikel vinden plaats in het kader van de regeling passieve veredeling of een soortgelijke regeling.

Regeling
Stabilisatie- en Associatie-Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-2017
BWB-id
BWBV0001546
Versie
2017-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl