wetzoeker

Artikel 33 Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Cyprus

HANDHAVING

1 Een beslissing ten aanzien van verhaal van onverschuldigde betalingen of de invordering van premies of bijdragen genomen door een bevoegd orgaan in een Verdragsluitende Staat waartegen geen verder rechtsmiddel voorhanden is, en een rechterlijk vonnis gewezen in verband met een dergelijke beslissing waartegen geen verder rechtsmiddel voorhanden is, wordt erkend door de andere Verdragsluitende Staat.

2 Een in het eerste lid bedoelde beslissing of bedoeld rechterlijk vonnis wordt niet erkend:

a. indien deze erkenning in strijd is met de openbare orde in de Verdragsluitende Staat waarin erkenning wordt beoogd;

b. wanneer de beslissing bij verstek heeft plaatsgevonden of het vonnis bij verstek is gewezen, indien de verweerder niet naar behoren inzake de ingestelde rechtsvordering was gedagvaard binnen een termijn die hem voldoende tijd liet om zijn verweer te organiseren.

3 Voor tenuitvoerlegging vatbare beslissingen en vonnissen die ingevolge het eerste en tweede lid zijn erkend, worden uitgevoerd door de andere Verdragsluitende Staat overeenkomstig de op het grondgebied van die Verdragsluitende Staat van kracht zijnde wettelijke bepalingen die van toepassing zijn op de tenuitvoerlegging van soortgelijke beslissingen en vonnissen.

Regeling
Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Cyprus
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-09-2004
BWB-id
BWBV0001544
Versie
2004-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl