Deel IX — Decabroomdifenylether Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen
Decabroomdifenylether
1. De productie en het gebruik van decabroomdifenylether wordt uitgebannen, behoudens ten aanzien van Partijen die het Secretariaat in kennis hebben gesteld van hun voornemen deze stof te produceren en/of te gebruiken in overeenstemming met artikel 4.
2. Specifieke uitzonderingen voor onderdelen die in voertuigen worden gebruikt kunnen gelden voor de productie en het gebruik van commercieel decabroomdifenylether. Deze zijn beperkt tot:
a. Onderdelen voor gebruik in voertuigen van oudere modellen. Voertuigen van oudere modellen worden omschreven als voertuigen die niet langer op grote schaal worden geproduceerd, waarbij de onderdelen tot een of meer van de volgende categorieën behoren:
i. aandrijflijn en voorzieningen onder de motorkap zoals de massakabel van de accu, interconnectiekabel van de accu, buizen van de klimaatregelingsapparatuur, aandrijflijn, bussen van het uitlaatspruitstuk, isolatie onder de motorkap, kabels en kabelboom onder de motorkap (bekabeling van de motor enz.), snelheidssensoren, slangen, ventilatormodules en klopsensoren;
ii. Voorzieningen van het brandstofsysteem zoals brandstofslangen en al dan niet aan de onderzijde van de carrosserie bevestigde brandstoftanks;
iii. Pyrotechnische voorzieningen en voorzieningen die daardoor worden beïnvloed, zoals ontstekingskabels van de airbags, stoelhoezen/-bekleding (alleen voor zover relevant met het oog op de airbags) en airbags (frontaal en lateraal);
iv. Ophanging en interieurtoepassingen zoals sierelementen, akoestisch materiaal en veiligheidsgordels.
b. Onderdelen in voertuigen gespecificeerd in het bovenstaande tweede lid, onderdeel a, punten i-iv, en onderdelen die in een of meer van de volgende categorieën vallen:
i. Versterkte kunststoffen (instrumentenpanelen en interieurbekleding);
ii. Onder de motorkap of het dashboard (aansluitblokken/zekeringsblokken, bedrading voor hoge stroomsterkte en kabelbekleding (bougiedraden));
iii. Elektrische en elektronische apparatuur (accuhouders, accubakken, elektrische connectoren voor de motorbesturing, onderdelen van radiodisks, systemen voor satellietnavigatie, gps- en computersystemen);
iv. Weefsels zoals hoedenplanken, bekleding, hemelbekleding, autozittingen, hoofdsteunen, zonnekleppen, interieurpanelen, vloerbekleding.
3. De specifieke uitzonderingen voor de in het tweede lid, onderdeel a, genoemde onderdelen verstrijken aan het einde van de levensduur van voertuigen van oudere modellen of in 2036, naargelang welke datum het eerste is.
4. De specifieke uitzonderingen voor de in het tweede lid, onderdeel b, genoemde onderdelen verstrijken aan het einde van de levensduur van voertuigen van oudere modellen of in 2036, naargelang welke datum het eerste is.
5. De specifieke uitzonderingen voor reserveonderdelen voor luchtvaartuigen waarvoor typegoedkeuring is aangevraagd vóór december 2018 en die vóór december 2022 is verkregen, verstrijken aan het einde van de levensduur van deze luchtvaartuigen.
- Regeling
- Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen
- Afkortingen
- POP
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 26-02-2025
- BWB-id
- BWBV0001517
- Versie
- 2025-02-26_0