wetzoeker

Deel II — Polychloorbifenylen Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen

Polychloorbifenylen

Elke Partij:

a. neemt, ten aanzien van de beëindiging van het gebruik van polychloorbifenylen in apparatuur (bijvoorbeeld transformatoren, condensatoren of andere recipiënten die vloeistoffen bevatten) tussen heden en 2025, onder voorbehoud van herziening door de Conferentie van de Partijen, maatregelen in overeenstemming met de volgende prioriteiten:

i. zich vastberaden inspannen voor de identificatie, etikettering en onttrekking aan het verkeer van apparatuur die meer dan 10% of meer dan 5 liter polychloorbifenylen bevat;

ii. zich vastberaden inspannen voor de identificatie, etikettering en onttrekking aan het verkeer van apparatuur die meer dan 0,05% PCB bevat in hoeveelheden van meer dan 5 liter;

iii. streven naar de identificatie en onttrekking aan het verkeer van apparatuur die meer dan 0,005% PCB bevat in hoeveelheden van meer dan 5 liter;

b. bevordert, in overeenstemming met de prioriteiten in onderdeel a, de volgende maatregelen om blootstelling en risico terug te dringen en voor de controle op het gebruik van polychloorbifenylen:

i. uitsluitend gebruikmaking van intacte en niet-lekkende apparatuur en uitsluitend in omgevingen waar de kans op vrijkoming in het milieu tot een minimum beperkt en snel ondervangen kan worden;

ii. geen gebruik in apparatuur in omgevingen die verband houden met de productie of verwerking van voedingsmiddelen of veevoeders;

iii. in geval van gebruik in bevolkte gebieden, waaronder scholen en ziekenhuizen, alle redelijkerwijs te nemen maatregelen ter bescherming tegen electrische storing die brand zou kunnen veroorzaken, en periodieke controle van apparatuur op lekkages;

c. ziet er, onverminderd artikel 3, tweede lid, op toe dat apparatuur die polychloorbifenylen bevat, zoals omschreven in onderdeel a, niet wordt ingevoerd of uitgevoerd, behoudens ten behoeve van milieuverantwoord afvalbeheer;

d. staat, behoudens voor onderhouds- en service werkzaamheden, geen herwinning ten behoeve van hergebruik in andere apparatuur toe van vloeistoffen die meer dan 0,005% PCB bevatten;

e. spant zich vastberaden in voor milieuverantwoord afvalbeheer van vloeistoffen die polychloorbifenylen bevatten en apparatuur die verontreinigd is met meer dan 0,005% PCB, in overeenstemming met artikel 6, eerste lid, zo snel mogelijk, doch uiterlijk in 2028, onder voorbehoud van herziening door de Conferentie van de Partijen;

f. streeft er, in plaats van opmerking ii in Deel I van deze Bijlage, naar andere artikelen te identificeren die meer dan 0,005% PCB bevatten (bijvoorbeeld kabelmantels, verduurzaamd breeuwwerk en geverfde voorwerpen) en deze in overeenstemming met artikel 6, eerste lid, te beheren;

g. stelt elke vijf jaar een voortgangsrapport met betrekking tot de beëindiging van polychloorbifenylen op en legt dit overeenkomstig artikel 15 aan de Conferentie van de Partijen voor;

h. de in onderdeel g bedoelde rapporten worden in voorkomend geval door de Conferentie van de Partijen bij haar beoordelingen van polychloorbifenylen bestudeerd. De Conferentie van de Partijen toetst de vooruitgang bij de beëindiging van polychloorbifenylen elke vijf jaar of, waar dienstig, met een andere regelmaat, met inachtneming van genoemde rapporten.

Regeling
Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen
Afkortingen
POP
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
26-02-2025
BWB-id
BWBV0001517
Versie
2025-02-26_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl