wetzoeker

Artikel 4 Verdrag betreffende de Europese Unie

betreffende de statuten van de Europese Investeringsbank

1 Het kapitaal van de Bank bedraagt 233 247 390 000 EUR, waarin door de lidstaten voor de volgende bedragen wordt deelgenomen:

Duitsland | 26 649 532 500

Frankrijk | 26 649 532 500

Italië | 26 649 532 500

Verenigd Koninkrijk | 26 649 532 500

Spanje | 15 989 719 500

België | 7 387 065 000

Nederland | 7 387 065 000

Zweden | 4 900 585 500

Denemarken | 3 740 283 000

Oostenrijk | 3 666 973 500

Polen | 3 411 263 500

Finland | 2 106 816 000

Griekenland | 2 003 725 500

Portugal | 1 291 287 000

Tsjechië | 1 258 785 500

Hongarije | 1 190 868 500

Roemenië | 863 514 500

Kroatië | 854 400 000.

Ierland | 935 070 000

Slowakije | 428 490 500

Slovenië | 397 815 000

Bulgarije | 290 917 500

Litouwen | 249 617 500

Luxemburg | 187 015 500

Cyprus | 183 382 000

Letland | 152 335 000

Estland | 117 640 000

Malta | 69 804 000

De lidstaten zijn ten hoogste aansprakelijk tot het nog niet gestorte bedrag van hun aandeel in het geplaatste kapitaal.

2 De toelating van een nieuw lid brengt verhoging van het geplaatste kapitaal mede, overeenkomende met de inbreng van het nieuwe lid.

3 De Raad van gouverneurs kan met eenparigheid van stemmen tot een verhoging van het geplaatste kapitaal besluiten.

4 Het aandeel der leden in het geplaatste kapitaal kan gecedeerd noch verpand worden en is niet vatbaar voor beslag.

Regeling
Verdrag betreffende de Europese Unie
Afkortingen
VEU, Verdrag van Maastricht, VvL
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-07-2013
BWB-id
BWBV0001507
Versie
2013-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl