wetzoeker

Artikel 21 Verdrag betreffende de Europese Unie

betreffende de statuten van de Europese Investeringsbank

1 De Bank kan de beschikbare middelen welke zij niet onmiddellijk nodig heeft om aan haar verplichtingen te voldoen, op de volgende wijze aanwenden:

a. zij kan deze op de geldmarkten uitzetten,

b. met inachtneming van de bepalingen van artikel 18, lid 2, kan zij effecten kopen of verkopen,

c. zij kan elke andere financiële handeling verrichten welke met haar doel verband houdt.

2 Onverminderd de bepalingen van artikel 23, verricht de Bank bij het beheer over de door haar uitgezette gelden geen deviezenarbitrage welke niet rechtstreeks noodzakelijk is voor de verwezenlijking van door haar te verstrekken leningen of voor de nakoming van de verplichtingen welke zij wegens door haar aangegane leningen of verstrekte garanties op zich heeft genomen.

3 Op het in dit artikel bedoelde gebied handelt de Bank in overleg met de bevoegde instanties van de lidstaten of met hun nationale centrale banken.

Regeling
Verdrag betreffende de Europese Unie
Afkortingen
VEU, Verdrag van Maastricht, VvL
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-07-2013
BWB-id
BWBV0001507
Versie
2013-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl