wetzoeker

Artikel 6 Verdrag betreffende de Europese Unie

betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid

Ieder nationaal parlement en iedere kamer van een van die parlementen kan binnen een termijn van acht weken vanaf de datum van toezending van een ontwerp van wetgevingshandeling aan de voorzitters van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, in de officiële talen van de Unie, een gemotiveerd advies toezenden waarin wordt uiteengezet waarom het betrokken ontwerp zijns inziens niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel. Ieder nationaal parlement of iedere kamer van een nationaal parlement raadpleegt, in voorkomend geval, de regionale parlementen met wetgevingsbevoegdheid.

Indien het ontwerp van wetgevingshandeling uitgaat van een groep lidstaten zendt de voorzitter van de Raad het advies toe aan de regeringen van die lidstaten.

Indien het ontwerp van wetgevingshandeling afkomstig is van het Hof van Justitie, de Europese Centrale Bank of de Europese Investeringsbank zendt de voorzitter van de Raad het advies toe aan de betrokken instelling of het betrokken orgaan.

Regeling
Verdrag betreffende de Europese Unie
Afkortingen
VEU, Verdrag van Maastricht, VvL
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-07-2013
BWB-id
BWBV0001507
Versie
2013-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl