Artikel 10 Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie
RADIOCOMMUNICATIESECTOR
139 PP-98 (SUP)
140 2. Naast de in artikel 14 van het Statuut genoemde taken heeft de Reguleringsraad tot taak:
1) het bestuderen van rapporten van de directeur van het Radiocommunicatiebureau inzake onderzoek naar schadelijke interferentie, verricht op verzoek van een of meer van de belanghebbende administraties, en het opstellen van aanbevelingen hieromtrent;
2) daarnaast, onafhankelijk van het Radiocommunicatiebureau, op verzoek van een of meer van de belanghebbende administraties, het in behandeling nemen van beroepen tegen besluiten van het Radiocommunicatiebureau betreffende frequentietoewijzingen.
141 3 De leden van de Reguleringsraad nemen, in de hoedanigheid van adviseur, deel aan radiocommunicatieconferenties. In dit geval nemen zij niet aan deze conferenties deel als lid van hun nationale delegatie.
141A 3bis Twee door de Reguleringsraad aangewezen leden van de Reguleringsraad nemen, in de hoedanigheid van adviseur, deel aan plenipotentiaire conferenties en radiocommunicatie-assemblees. In deze gevallen nemen de twee door de Reguleringsraad benoemde leden niet aan deze conferenties of assemblees deel als lid van hun nationale delegatie.
142 4. Uitsluitend de reis-, verblijfs- en verzekeringskosten die door de leden van de Raad bij de uitoefening van hun functies voor de Unie worden gemaakt, worden door de Unie gedragen.
142A 4bis De leden van de Reguleringsraad genieten, gedurende de uitoefening van hun taken voor de Unie, als vermeld in het Statuut en het Verdrag, en gedurende de uitvoering van hun opdrachten voor de Unie functiegerelateerde voorrechten en immuniteiten, die gelijk zijn aan die welke door elke Lidstaat aan de verkozen functionarissen van de Unie worden toegekend. Deze functiegerelateerde voorrechten en immuniteiten worden aan de leden van de Reguleringsraad toegekend ten behoeve van de Unie en niet voor hun persoonlijk voordeel. Wanneer de Unie van oordeel is dat de immuniteit strijdig is met een behoorlijke rechtsbedeling en mits de intrekking ervan de belangen van de Unie niet schaadt, kan en zal de Unie de aan een lid van de Reguleringsraad verleende immuniteit intrekken.
143 5. De werkmethoden van de Raad zijn als volgt:
144 1) De leden van de Raad kiezen uit hun eigen leden een voorzitter en een vice-voorzitter voor een tijdvak van een jaar. Vervolgens volgt de vice-voorzitter de voorzitter elk jaar op en wordt een nieuwe vice-voorzitter gekozen. Bij afwezigheid van de voorzitter en vice-voorzitter, kiest de Raad – ad hoc – een tijdelijke voorzitter uit zijn leden.
145 2) De Reguleringsraad houdt normaliter ten hoogste vier vergaderingen per jaar, met een duur van ten hoogste vijf dagen, in het algemeen op de zetel van de Unie, waarbij ten minste twee derde van zijn leden aanwezig zijn, en kan zijn taken verrichten met gebruikmaking van moderne communicatiemiddelen. Indien de Reguleringsraad zulks noodzakelijk acht kan hij, afhankelijk van de te behandelen aangelegenheden, het aantal vergaderingen evenwel vermeerderen. In uitzonderlijke gevallen kunnen de vergaderingen ten hoogste twee weken duren.
146 3) De Raad streeft ernaar zijn besluiten op basis van unanimiteit te nemen. Indien dit niet kan worden gerealiseerd, is een besluit alleen geldig indien ten minste tweederde van de leden van de Raad voor stemmen. Elk lid van de Raad heeft een stem; stemming bij volmacht is niet toegestaan.
147 4) De Raad kan de door hem nodige geachte interne regelingen treffen, overeenkomstig de bepalingen van het Statuut, van dit Verdrag en van het Radioreglement. Deze regelingen worden gepubliceerd als onderdeel van het reglement van orde van de Raad.
- Regeling
- Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 19-07-2013
- BWB-id
- BWBV0001504
- Versie
- 2013-07-19_0