Artikel 4 Overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Zuid-Afrika, anderzijds
DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCT VAN OORSPRONG"
1 Als geheel en al in de Gemeenschap of in Zuid-Afrika verkregen worden beschouwd:
a. aldaar uit de bodem of zeebodem gewonnen producten;
b. aldaar geoogste producten van het plantenrijk;
c. aldaar geboren en opgefokte levende dieren;
d. producten afkomstig van aldaar opgefokte levende dieren;
e. voortbrengselen van de aldaar bedreven jacht en visserij;
f. producten van de zeevisserij en andere buiten de territoriale wateren van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika door hun schepen uit de zee gewonnen producten;
g. producten uitsluitend uit de onder f) bedoelde producten aan boord van hun fabrieksschepen vervaardigd;
h. aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts voor de terugwinning van grondstoffen kunnen dienen, met inbegrip van gebruikte banden die uitsluitend geschikt zijn om van een nieuw loopvlak te worden voorzien of slechts als afval kunnen worden gebruikt;
i. afval afkomstig van aldaar verrichte be- of verwerkingen;
j. producten, gewonnen van of vanonder de zeebodem buiten de territoriale wateren, mits zij alleen het recht hebben op ontginning van deze bodem of ondergrond;
k. goederen die aldaar uitsluitend uit de onder a) tot en met j) bedoelde producten zijn vervaardigd.
2 De termen „hun schepen” en „hun fabrieksschepen” in lid 1, onder f) en g), zijn slechts van toepassing op schepen en fabrieksschepen:
a. die in een lidstaat van de Gemeenschap of Zuid-Afrika zijn ingeschreven of geregistreerd;
b. die de vlag van een lidstaat van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika voeren;
c. die voor ten minste 50 procent toebehoren aan onderdanen van lidstaten van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika of aan een vennootschap die haar hoofdkantoor in een van deze staten heeft en waarvan de bedrijfsvoerder(s), de voorzitter van de raad van bestuur of van toezicht en de meerderheid van de leden van deze raden onderdanen zijn van een lidstaat van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika, en waarvan bovendien, in het geval van personenvennootschappen of vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, ten minste de helft van het kapitaal toebehoort aan deze staten of aan openbare lichamen of onderdanen daarvan;
d. waarvan de kapitein en de officieren onderdanen zijn van lidstaten van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika; en
e. waarvan de bemanning voor ten minste 75 procent uit onderdanen van lidstaten van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika bestaat.
Bij de inwerkingtreding van de tariefconcessies voor visserijproducten wordt lid 2, onder d) en e), vervangen door:
d. waarvan de bemanning, kapitein en officieren inbegrepen, voor ten minste 50 procent uit onderdanen van lidstaten van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika bestaat.
- Regeling
- Overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Zuid-Afrika, anderzijds
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 01-03-2016
- BWB-id
- BWBV0001476
- Versie
- 2016-03-01_0