wetzoeker

Artikel 3 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kazachstan inzake internationaal vervoer over de weg

1 Elk der Verdragsluitende Partijen kan een op het grondgebied van de staat van de andere Verdragsluitende Partij gevestigde vervoerder toestaan vervoer van goederen of personen te verrichten:

a. tussen een plaats in haar land en een plaats buiten dat land, en

b. in doorvoer over haar land,

op grond van vergunningen, die worden afgegeven door de bevoegde autoriteiten of andere gemachtigde organisaties van elke Verdragsluitende Partij, tenzij door de Gemengde Commissie anders overeengekomen.

2 In geen geval zijn vergunningen vereist voor de onderstaande soorten vervoer of voor ritten met onbeladen voertuigen gemaakt in verband met zulk vervoer:

a. vervoer van post als openbare dienst;

b. vervoer van voertuigen die zijn beschadigd of onklaar geraakt;

c. vervoer van goederen in motorvoertuigen waarvan het toegestane gewicht in beladen toestand, met inbegrip van dat van aanhangwagens, niet meer is dan 6 ton of waarvan het toegestane laadvermogen, met inbegrip van dat van aanhangwagens, niet meer is dan 3,5 ton;

d. vervoer van medische goederen en uitrusting of andere goederen vereist in noodgevallen, met name bij natuurrampen.

3 Een vervoerder mag geen cabotage verrichten, tenzij hij daartoe speciale toestemming heeft verkregen van de bevoegde autoriteiten of een andere gemachtigde organisatie van elke Verdragsluitende Partij.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kazachstan inzake internationaal vervoer over de weg
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-09-2003
BWB-id
BWBV0001465
Versie
2003-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl