wetzoeker

Artikel 4 Verdrag inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Cuba

Iedere Verdragsluitende Partij kent met betrekking tot belastingen aan onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij die zich op haar grondgebied met economische activiteiten bezighouden, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke wordt toegekend aan haar eigen onderdanen of aan die van een derde Staat die zich in dezelfde omstandigheden bevinden, naar gelang van welke het gunstigst is voor de betrokken onderdanen. Hierbij wordt evenwel geen rekening gehouden met bijzondere belastingvoordelen door die Partij toegekend:

a. krachtens een verdrag ter vermijding van dubbele belasting; of

b. uit hoofde van haar deelneming aan een douane-unie, economische unie of soortgelijke instelling; of

c. op basis van wederkerigheid met een derde Staat.

Regeling
Verdrag inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Cuba
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-11-2001
BWB-id
BWBV0001461
Versie
2001-11-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl