wetzoeker

Artikel 11 Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Macedonische Regering

Toezending van verzoeken

1 Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden, schriftelijk en vergezeld van nuttig geachte documenten, rechtstreeks aan de douaneadministratie van de andere Verdragsluitende Partij gericht. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen ook mondeling verzoeken worden gedaan. Dergelijke verzoeken worden onmiddellijk schriftelijk bevestigd.

2 Verzoeken ingevolge het eerste lid van dit artikel bevatten de volgende bijzonderheden:

a. de administratie die het verzoek doet;

b. het onderwerp van en de reden voor het verzoek;

c. een korte beschrijving van de zaak, de juridische aspecten en de aard van de te nemen stappen;

d. de namen en adressen van de betrokken personen, voorzover bekend.

3 Een verzoek van een van de douaneadministraties om een bepaalde procedure te volgen wordt ingewilligd, met inachtneming van de wettelijke en administratieve bepalingen van de aangezochte Verdragsluitende Partij.

4 De in dit Verdrag bedoelde informatie wordt alleen medegedeeld aan ambtenaren die door elke douaneadministratie hiertoe zijn aangewezen. Een lijst van aldus aangewezen ambtenaren wordt aan de douaneadministratie van de andere Verdragsluitende Partij verstrekt in overeenstemming met artikel 18, tweede lid, van dit Verdrag.

Regeling
Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Macedonische Regering
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-05-2002
BWB-id
BWBV0001454
Versie
2002-05-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl