wetzoeker

Artikel 4 Overeenkomst opgesteld op grond van Artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie aangaande de verkorte procedure tot uitlevering tussen de Lid-Staten van de Europese Unie

1 Ten behoeve van de voorlichting van de aangehouden persoon met het oog op de toepassing van de artikelen 6 en 7, en van de bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 5, lid 2, worden de volgende door de verzoekende Staat mede te delen gegevens toereikend geacht:

a. de identiteit van de gezochte persoon;

b. de om aanhouding verzoekende autoriteit;

c. het bestaan van een bevel tot aanhouding of van een akte die dezelfde kracht heeft, of van een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis;

d. de aard en wettelijke omschrijving van het strafbaar feit;

e. een omschrijving van de omstandigheden waaronder het strafbaar feit is begaan, met inbegrip van tijdstip, plaats en mate van betrokkenheid van de gezochte persoon bij het strafbaar feit;

f. voor zover mogelijk de gevolgen van het strafbaar feit.

2 Niettegenstaande lid 1 kunnen aanvullende gegevens worden gevraagd, indien de in lid 1 bedoelde gegevens voor de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat onvoldoende blijken te zijn om haar toestemming te geven voor de overlevering.

Regeling
Overeenkomst opgesteld op grond van Artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie aangaande de verkorte procedure tot uitlevering tussen de Lid-Staten van de Europese Unie
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
27-09-2000
BWB-id
BWBV0001450
Versie
2000-09-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl