wetzoeker

Artikel 9 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kroatië inzake sociale zekerheid

ZIEKTE EN MOEDERSCHAP

1 Om verstrekkingen te ontvangen in geval van een tijdelijk verblijf op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij niet zijnde de bevoegde staat, legt de in artikel 18, eerste lid, van het Verdrag bedoelde persoon het orgaan van de tijdelijke verblijfplaats een verklaring over die is afgegeven door het bevoegde orgaan, indien mogelijk voordat hij de bevoegde staat verlaat, waaruit blijkt dat hij recht heeft op die verstrekkingen. Deze verklaring vermeldt met name gedurende welk tijdvak verstrekkingen kunnen worden verleend. Indien de betrokkene geen verklaring overlegt, vraagt het orgaan van de tijdelijke verblijfplaats deze aan bij het bevoegde orgaan.

2 De bepalingen van het voorgaande lid zijn van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden van de betrokkene.

3 De bepalingen van het eerste lid zijn ook van toepassing op de in artikel 16 van het Verdrag bedoelde personen.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kroatië inzake sociale zekerheid
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-10-2000
BWB-id
BWBV0001447
Versie
2000-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl