wetzoeker

Protocol bij de aanvullende Overeenkomst van 6 oktober 1997 bij het Verdrag van 19 juni 1951 tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse strijdkrachten Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag van 19 juni 1951 tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse strijdkrachten

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Bondsrepubliek Duitsland

hebben bij de ondertekening van de Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag van 19 juni 1951 tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse strijdkrachten (hierna te noemen Aanvullende Overeenkomst Nederland) op 6 oktober 1997 te Bergen op grond van artikel 48, tweede lid, overeenstemming bereikt over de onderstaande bepalingen, die een onderdeel van de Overeenkomst vormen.

Ten aanzien van artikel 13 van de Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten van 3 augustus 1959, in de door de overeenkomsten tot wijziging van 21 oktober 1971 en van 18 maart 1993 gewijzigde versie (hierna te noemen de Aanvullende Overeenkomst Duitsland):

De Overeenkomstsluitende Staten zijn met betrekking tot artikel 8, eerste lid, van (EEG-) Verordening nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 (Pb. Nr. L 149 van 5 juli 1971) overeenkomstig, respectievelijk in afwijking van, Titel II van deze Verordening als volgt overeengekomen:

1. Op het gebied van de sociale zekerheid is de wetgeving van een land van herkomst van toepassing op leden van de krijgsmacht, leden van de civiele dienst en hun meereizende gezinsleden in de zin van artikel I van het NAVO-Statusverdrag.

2. In afwijking van het onder nummer 1 bepaalde is de wetgeving van het land van ontvangst van toepassing op de onder nummer 1 genoemde personen, wanneer diegenen niet in een dienstbetrekking staan tot de NAVO, of een vrij beroep uitoefenen, respectievelijk een sociale uitkering ontvangen ingevolge het systeem van sociale zekerheid van het land van ontvangst.

Ten aanzien van artikel 20 van de Aanvullende Overeenkomst Nederland:

Voor de tenuitvoerlegging van artikel 20, tweede lid van de Aanvullende Overeenkomst Nederland en artikel 29 van de Aanvullende Overeenkomst Duitsland verklaren het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland zich bereid afstand te doen van de strafrechtelijke bescherming van hun strijdkrachten, de civiele dienst en de leden daarvan in de andere staat, voor zover zij op hun eigen grondgebied diens strijdkrachten, de civiele dienst en de leden daarvan geen overeenkomstige strafrechtelijke bescherming bieden.

Ten aanzien van artikel 45 en 46 van de Aanvullende Overeenkomst Duitsland:

Beide zijden zijn het erover eens dat het begrip „verdedigingstaak" in de zin van artikel 45 en 46 van de Aanvullende Overeenkomst Duitsland niet beperkter dient te worden opgevat dan het begrip „taak" in de zin van artikel 30 en 31 van de Aanvullende Overeenkomst Nederland.

Ten aanzien van artikel 48 van de Aanvullende Overeenkomst Nederland:

De Aanvullende Overeenkomst Nederland wordt ten aanzien van de belastingrechtelijke en douanetechnische voorrechten en vrijstellingen van de strijdkrachten van het Koninkrijk der Nederlanden op het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland aangevuld met de volgende bepalingen:

1. Aan de Bundeswehr, haar leden en hun gezinsleden die op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden verblijven, worden de belastingrechtelijke en douanetechnische voorrechten en vrijstellingen toegekend overeenkomstig het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten van 19 juni 1951 (hierna te noemen het NAVO-Status Verdrag) en de regeling Duitse Strijdkrachten Nederland (Stcrt. 1990, 101) van 28 mei 1990.

2. Aan de Nederlandse strijdkrachten, de civiele dienst, hun leden en gezinsleden die op het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland verblijven, worden de belastingrechtelijke en douanetechnische voorrechten en vrijstellingen toegekend overeenkomstig het NAVO-Status Verdrag en de Aanvullende Overeenkomst Duitsland.

3. Overeenkomstig het reciprociteitsbeginsel is het volgende van toepassing:

a. Op de Bundeswehr, haar leden en hun gezinsleden die op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden verblijven, zijn na de inwerkingtreding van de Aanvullende Overeenkomst Nederland tevens de volgende belastingrechtelijke en douanetechnische voorrechten en vrijstellingen van de Aanvullende Overeenkomst Duitsland van toepassing:

artikel 2, tweede lid, onder b,

artikel 67, eerste lid,

artikel 71, eerste tot en met vierde lid, vijfde lid onder a (i), vijfde lid onder b, en zesde lid.

b. Op de Nederlandse strijdkrachten, de civiele dienst, hun leden en gezinsleden die op het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland verblijven, zijn na de inwerkingtreding van de Aanvullende Overeenkomst Nederland de volgende belastingrechtelijke en douanetechnische voorrechten en vrijstellingen van de Aanvullende Overeenkomst Duitsland die verder gaan dan de belastingrechtelijke en douanetechnische voorrechten en vrijstellingen van de regeling Duitse strijdkrachten Nederland, niet van toepassing:

artikel 66,

artikel 67, derde lid, onder a (ii) met betrekking tot de voor gebruik en verbruik door de leden van een krijgsmacht, een civiele dienst, de leden daarvan en hun gezinsleden bestemde andere diensten en de daarmee verband houdende administratieve regelingen,

artikel 68, eerste lid,

artikel 68, tweede lid,

artikel 68, vierde lid,

artikel 71, vijfde lid, onder a (ii),

artikel 72,

artikel 73.

4. Met betrekking tot artikel 74, derde lid, onder a, van de Aanvullende Overeenkomst Duitsland wordt tussen de bevoegde autoriteiten van de Bondsrepubliek Duitsland en de bevoegde autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden een administratieve overeenkomst gesloten inzake de afzet in beperkte hoeveelheden van bepaalde goederen in clubs en organisaties in de Bondsrepubliek Duitsland.

5. De opsommingen in nummer 3, onder a en b, worden – voor zover ingevolge het reciprociteitsbeginsel vereist – in onderling overleg aangepast.

Regeling
Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag van 19 juni 1951 tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse strijdkrachten
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-09-2000
BWB-id
BWBV0001445
Versie
2000-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl