wetzoeker

Artikel 16 Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag van 19 juni 1951 tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse strijdkrachten

1 Indien een Nederlandse autoriteit een onderzoek opent of een arrestatie verricht wegens een feit dat strafbaar is op grond van de in artikel 15, tweede lid, van deze Overeenkomst bedoelde bepalingen, stelt de Nederlandse autoriteit die het onderzoek leidt de bevoegde Duitse autoriteiten daarvan onverwijld in kennis. Hetzelfde geldt indien een Nederlandse autoriteit een onderzoek opent of een arrestatie verricht wegens een feit dat op andere wijze gericht is tegen de veiligheid van de Bondsrepubliek Duitsland of van de Bundeswehr.

2 Indien de bevoegde Duitse autoriteit op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden een onderzoek opent of een arrestatie verricht wegens een feit dat op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden is gepleegd en de veiligheid van het Koninkrijk der Nederlanden raakt, stelt die autoriteit de bevoegde Nederlandse autoriteiten daarvan onverwijld in kennis.

Regeling
Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag van 19 juni 1951 tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse strijdkrachten
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-09-2000
BWB-id
BWBV0001445
Versie
2000-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl