wetzoeker

Artikel 2.03 Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart

VERPLICHTINGEN VAN DE SCHIPPER

1 Elk gemotoriseerd schip moet, indien het gasolie gebruikt, een geldig olie-afgifteboekje, volgens het model opgenomen in Aanhangsel I, aan boord hebben, dat door de bevoegde autoriteit wordt verstrekt. Dit olie-afgifteboekje moet aan boord worden bewaard. Na verkrijging van een nieuw olie-afgifteboekje moet het voorgaande olieafgifteboekje ten minste zes maanden na de laatste daarin opgenomen vermelding van afgifte aan boord worden bewaard.

2 Olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval moet met regelmatige, van de staat en van het gebruik van het schip afhankelijke, tussenpozen tegen ontvangstbewijs worden afgegeven aan de ontvangstinrichtingen. Het bewijs bestaat uit een aantekening door de ontvangstinrichting in het olie-afgifteboekje.

3 Zeeschepen die beschikken over een oliejournaal ingevolge het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging van de zee door schepen (MARPOL), zijn vrijgesteld van de verplichting tot het voeren van een olieafgifteboekje als bedoeld in het eerste lid.

Regeling
Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart
Afkortingen
CDNI
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0001441
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl