Bijlage VII — Procedures en mechanismen inzake naleving van het Verdrag van Rotterdam (deel 1) Verdrag van Rotterdam inzake de procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming ten aanzien van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel
Procedures en mechanismen inzake naleving van het Verdrag van Rotterdam
1. Een nalevingscomité (hierna te noemen „het Comité”) wordt hierbij opgericht.
Leden
2. Het Comité bestaat uit 15 leden. Leden worden voorgedragen door Partijen en verkozen door de Conferentie van de Partijen op basis van gelijkwaardige geografische vertegenwoordiging van de vijf regionale groepen van de Verenigde Naties.
3. De leden beschikken over expertise en specifieke kwalificaties op het vakgebied waarop het Verdrag van toepassing is. Zij vervullen hun taak op objectieve wijze en in het belang van het Verdrag.
Verkiezing van leden
4. Tijdens de eerste vergadering na de inwerkingtreding van deze bijlage kiest de Conferentie van de Partijen acht leden van het Comité voor één termijn en zeven leden voor twee termijnen. De Conferentie van de Partijen kiest, tijdens elke gewone vergadering van de Conferentie van de Partijen daarna, nieuwe leden voor twee volledige termijnen om de leden van wie de termijn geheel of bijna is verstreken, te vervangen. Leden vervullen niet meer dan twee opeenvolgende termijnen. Voor de toepassing van deze bijlage betekent „termijn” de periode die aanvangt aan het einde van een gewone vergadering van de Conferentie van de Partijen en eindigt aan het einde van de volgende gewone vergadering van de Conferentie van de Partijen.
5. Indien een lid van het Comité ontslag neemt of anderszins niet in staat is om zijn of haar ambtstermijn te voltooien of zijn of haar taken uit te voeren, draagt de Partij die dat lid heeft voorgedragen een plaatsvervanger voor die zitting neemt voor de rest van de termijn.
Voorzitterschap
6. Het Comité kiest zijn eigen voorzitter. Een vicevoorzitter en een rapporteur worden bij toerbeurt verkozen door het Comité overeenkomstig regel 30 van het reglement van orde van de Conferentie van de Partijen.
Vergaderingen
7. Het Comité komt bijeen wanneer dit nodig is en zo mogelijk in samenhang met de vergaderingen van de Conferentie van de Partijen of andere hulporganen van het Verdrag.
8. Onverminderd het onderstaande negende lid staan de vergaderingen van het Comité open voor de Partijen en het publiek tenzij het Comité anders beslist. Wanneer het Comité ingediende stukken krachtens het onderstaande twaalfde of dertiende lid behandelt, staan de vergaderingen van het Comité open voor de Partijen maar niet voor het publiek tenzij de Partij waarvan de naleving ter discussie wordt gesteld anders overeenkomt. De Partijen of waarnemers waarvoor de vergadering open staat hebben niet het recht om deel te nemen aan de vergadering tenzij het Comité en de Partij waarvan de naleving ter discussie wordt gesteld anders overeenkomen.
9. Wanneer een stuk wordt ingediend met betrekking tot de mogelijke niet-naleving van een Partij, wordt deze Partij uitgenodigd deel te nemen aan de behandeling van het stuk door het Comité. Deze Partij mag evenwel niet deelnemen aan de opstelling en vaststelling van een aanbeveling of besluit van het Comité met betrekking tot de kwestie.
10. Het Comité stelt alles in het werk om over alle inhoudelijke aangelegenheden consensus te bereiken. Indien dit niet mogelijk is, vormt het verslag een afspiegeling van de standpunten van alle leden van het Comité. Indien alle inspanningen tot consensus te komen zijn uitgeput en er geen overeenstemming is bereikt, wordt een besluit in laatste instantie aangenomen met een meerderheid van vier vijfden van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen of door acht leden naargelang van welke de grootste is. Het quorum wordt gevormd door tien leden van het Comité.
11. Elk lid van het Comité vermijdt met betrekking tot elke kwestie die door het Comité wordt behandeld, directe of indirecte belangenverstrengeling. Indien een lid zelf geconfronteerd wordt met directe of indirecte belangenverstrengeling of een burger is van een Partij waarvan de naleving ter discussie wordt gesteld, brengt dat lid de kwestie onder de aandacht van het Comité vóór de behandeling van de aangelegenheid. Het betrokken lid neemt niet deel aan het opstellen en vaststellen van een aanbeveling van het Comité met betrekking tot die aangelegenheid.
12. Stukken kunnen schriftelijk worden ingediend, via het Secretariaat, door:
a. een Partij die van oordeel is dat zij, hoewel zij zich tot het uiterste heeft ingespannen, niet in staat is of in staat zal zijn om bepaalde verplichtingen uit hoofde van het Verdrag na te leven. Een dergelijk ingediend stuk dient details te bevatten over de specifieke verplichtingen in kwestie en een analyse van de reden waarom de Partij niet in staat zou zijn deze verplichtingen na te leven. Indien mogelijk, kan verdere informatie of advies over waar dergelijke verdere informatie kan worden gevonden, verstrekt worden. In het ingediende stuk kunnen tevens suggesties gedaan worden voor oplossingen die de Partij het meest passend vindt met het oog op haar specifieke behoeften;
b. een Partij die rechtstreeks wordt getroffen of waarschijnlijk rechtstreeks zal worden getroffen door de vermeende niet-naleving van een andere Partij van de verplichtingen van het Verdrag. Een Partij die voornemens is uit hoofde van dit onderdeel een stuk in te dienen, dient alvorens zulks te doen met de Partij waarvan de naleving ter discussie wordt gesteld overleg te plegen. Het ingediende stuk dient details te bevatten over de specifieke verplichtingen in kwestie en informatie ter ondersteuning van het stuk, met inbegrip van informatie over hoe de Partij wordt getroffen of waarschijnlijk zal worden getroffen.
13. Teneinde mogelijke moeilijkheden waarmee de Partijen worden geconfronteerd bij het naleven van hun verplichtingen uit hoofde van artikel 4, eerste lid, artikel 5, eerste en tweede lid, en artikel 10 van het Verdrag, te beoordelen, stelt het Comité, na ontvangst van informatie van het Secretariaat die is verstrekt door deze Partijen uit hoofde van die bepalingen, de Partij schriftelijk in kennis van het punt van zorg. Indien de zaak niet is opgelost binnen 90 dagen middels overleg via het Secretariaat met de betrokken Partij en het Comité de zaak verder behandelt, gebeurt dit in overeenstemming met het onderstaande zestiende tot en met het vierentwintigste lid.
14. Het Secretariaat stuurt krachtens het bovenstaande twaalfde lid, onder a, ingediende stukken binnen twee weken na ontvangst van dergelijke stukken door aan de leden van het Comité ter behandeling tijdens de volgende vergadering van het Comité.
15. Het Secretariaat stuurt binnen twee weken na ontvangst van eventuele stukken die zijn ingediend krachtens het bovenstaande twaalfde lid, onder b, of tot nakoming van het bovenstaande dertiende lid, een kopie aan de Partij waarvan de naleving van het Verdrag ter discussie wordt gesteld en aan de leden van het Comité ter behandeling tijdens de volgende vergadering van het Comité.
16. Een Partij waarvan de naleving ter discussie wordt gesteld, kan tijdens elke stap van de in deze bijlage beschreven procedure antwoorden of opmerkingen indienen.
17. Onverminderd het bovenstaande zestiende lid dient aanvullende informatie die door een Partij waarvan de naleving ter discussie wordt gesteld, als antwoord op een ingediend stuk wordt verstrekt, binnen drie maanden na de datum van ontvangst van het ingediende stuk door die Partij aan het Secretariaat te worden doorgestuurd, tenzij de omstandigheden van een specifieke zaak een langere periode vereisen. Dergelijke informatie wordt onmiddellijk aan de leden van het Comité toegezonden ter behandeling tijdens de volgende vergadering van het Comité. Indien een stuk is ingediend uit hoofde van het bovenstaande twaalfde lid, onder b, wordt de informatie door het Secretariaat ook gezonden aan de Partij die het stuk heeft ingediend.
18. Het Comité kan besluiten niet verder te gaan met ingediende stukken die het beschouwt als zijnde:
a. van ondergeschikt belang;
b. kennelijk ongegrond.
Facilitering
- Regeling
- Verdrag van Rotterdam inzake de procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming ten aanzien van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel
- Afkortingen
- PIC, Rotterdam Convention
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 22-10-2025
- BWB-id
- BWBV0001432
- Versie
- 2025-10-22_0