wetzoeker

Artikel 26 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake de overbrenging van gevonniste personen

1 Elk van beide Partijen kan te allen tijde dit Verdrag schorsen of opzeggen door middel van een aan de andere Partij gerichte kennisgeving. Ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden, is elk van de Partijen bevoegd dit Verdrag te schorsen of op te zeggen ten aanzien van elk deel van het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden.

2 De schorsing wordt van kracht op de datum van ontvangst van de kennisgeving door de andere Partij. De schorsing wordt beëindigd op de datum van ontvangst van de kennisgeving van beëindiging van de schorsing. De opzegging wordt van kracht op de eerste dag van de derde maand na de ontvangst van de kennisgeving door de andere Partij.

3 Dit Verdrag blijft echter van toepassing op de tenuitvoerlegging van veroordelingen van personen die overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag zijn overgebracht vóór de datum waarop de schorsing of opzegging van kracht wordt.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake de overbrenging van gevonniste personen
Afkortingen
WOTS (verdrag), WOTS Marokko
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-05-2001
BWB-id
BWBV0001425
Versie
2001-05-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl