Gemeenschappelijke Verklaringen Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, anderzijds
Gemeenschappelijke Verklaring betreffende Artikel 28
Teneinde, overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Cannes en de Conferentie van Barcelona, de geleidelijke totstandkoming van een totale Europees-mediterrane vrijhandelszone te bevorderen,
– komen de Partijen overeen in Protocol nr. 3 inzake de definitie van het begrip „producten van oorsprong”, te voorzien in de tenuitvoerlegging van diagonale cumulatie vóór de vrijhandelsovereenkomsten tussen landen in het Middellandse-Zeegebied worden gesloten en in werking treden;
– bevestigen de Partijen opnieuw dat zij de oorsprongsregels in de gehele Europees-mediterrane vrijhandelszone wensen te harmoniseren. De Associatieraad neemt indien nodig maatregelen tot herziening van het Protocol met het oog op de verwezenlijking van deze doelstelling.
Gemeenschappelijke Verklaring betreffende de artikelen 51 en 52
Indien zich voor Jordanië tijdens de geleidelijke tenuitvoerlegging van de Overeenkomst ernstige problemen in verband met de betalingsbalans voordoen, kunnen Jordanië en de Gemeenschap overleg voeren over de meest geschikte middelen en modaliteiten om Jordanië te helpen deze problemen het hoofd te bieden.
Deze besprekingen vinden plaats in samenwerking met het Internationaal Monetair Fonds.
Gemeenschappelijke Verklaring betreffende intellectuele, industriële en commerciële eigendom (artikel 56 en bijlage VII)
De Partijen komen overeen dat, in het kader van de Overeenkomst, intellectuele, industriële en commerciële eigendom inzonderheid het volgende omvat: auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's, en naburige rechten, octrooien, industriële tekeningen en modellen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, fabrieks- en handelsmerken, schema's (topografieën) van geïntegreerde schakelingen, alsmede bescherming tegen oneerlijke mededinging, als bedoeld in artikel 10 onder a), van het Verdrag van Parijs voor de bescherming van industriële eigendom (Akte van Stockholm, 1967) en bescherming van niet-openbaargemaakte informatie inzake knowhow.
Gemeenschappelijke Verklaring betreffende artikel 62
De Partijen bevestigen opnieuw dat zij het vredesproces in het Midden-Oosten wensen te bevorderen en dat zij menen dat de vrede door middel van regionale samenwerking moet worden geconsolideerd. De Gemeenschap is bereid steun te verlenen aan door Jordanië en andere Partijen in de regio voorgestelde gezamenlijke ontwikkelingsprojecten, behoudens de desbetreffende technische en budgettaire procedures van de Gemeenschap.
Gemeenschappelijke Verklaring betreffende gedecentraliseerde samenwerking
De Partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan programma's voor gedecentraliseerde samenwerking als middel ter bevordering van de uitwisseling van ervaring en de overdracht van kennis in het Middellandse-Zeegebied en tussen de Europese Gemeenschap en haar partners.
Gemeenschappelijke Verklaring betreffende titel VII
De Gemeenschap en Jordanië nemen passende maatregelen, door middel van technische en financiële steun, om te bevorderen dat het Jordaanse bedrijfsleven bestaande faciliteiten moderniseert en nieuwe faciliteiten opzet, en het daarbij bij te staan.
Gemeenschappelijke Verklaring betreffende artikel 101
1. De Partijen komen overeen dat met het oog op de correcte interpretatie en de praktische toepassing van de Overeenkomst onder de in artikel 101 van de Overeenkomst bedoelde bijzonder dringende gevallen wordt verstaan: gevallen van ernstige schending van de Overeenkomst door een der Partijen. Een ernstige schending van de Overeenkomst bestaat in:
– verwerping van de Overeenkomst in strijd met de algemene regels van het internationale recht;
– schending van de in artikel 2 genoemde essentiële elementen van de Overeenkomst.
2. De Partijen komen overeen dat de in artikel 101 genoemde „passende maatregelen” bestaan uit maatregelen die zijn genomen overeenkomstig het internationale recht. Indien een der Partijen in een bijzonder dringend geval een maatregel neemt uit hoofde van artikel 101, kan de andere Partij een beroep doen op de procedure voor geschillenbeslechting.
Gemeenschappelijke Verklaring betreffende werknemers
De Partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan billijke behandeling van buitenlandse werknemers die legaal op hun grondgebied verblijven en werkzaam zijn. De lidstaten bevestigen dat zij bereid zijn op verzoek van Jordanië onderhandelingen in overweging te nemen over de sluiting van bilaterale wederzijdse overeenkomsten inzake arbeidsvoorwaarden voor en sociale-zekerheidsrechten van werknemers uit Jordanië en de lidstaten die legaal verblijven en werkzaam zijn op hun grondgebied.
Gemeenschappelijke Verklaring betreffende samenwerking ten behoeve van de preventie van en de controle op illegale immigratie
1. De Partijen komen overeen samen te werken teneinde illegale immigratie te voorkomen en te controleren. Hiertoe stemmen beide Partijen ermee in hun onderdanen die illegaal op het grondgebied van de andere Partij verblijven op verzoek van de laatstgenoemde zonder verdere formaliteiten terug te nemen. Tevens verstrekken de Partijen hun onderdanen hiertoe de nodige identiteitsdocumenten.
Wat de lidstaten van de Europese Unie betreft is deze verplichting uitsluitend van toepassing ten aanzien van personen die voor gemeenschapsdoeleinden als hun onderdanen moeten worden beschouwd, overeenkomstig Verklaring nr. 2 bij het Verdrag betreffende de Europese Unie.
2. Elke partij stemt ermee in op verzoek van de andere Partij bilaterale overeenkomsten te sluiten waarbij specifieke verplichtingen inzake de samenwerking ten behoeve van de preventie van en de controle op illegale immigratie worden geregeld, waaronder de verplichting tot terugname van onderdanen van andere staten en stateloze personen die het grondgebied van de ene Partij zijn binnengekomen vanuit het grondgebied van de andere Partij.
3. De Associatieraad onderzoekt welke andere gezamenlijke inspanningen voor de preventie van en de controle op illegale immigratie kunnen worden genomen.
4. Niets in de tenuitvoerlegging van deze gezamenlijke verklaring mag zo worden opgevat dat het ertoe leidt dat de respectieve verplichtingen die elke Partij op grond van de overeengekomen normen inzake de mensenrechten is aangegaan, worden doorkruist of beperkt.
Gezamenlijke Verklaring inzake de bescherming van gegevens
De Partijen komen overeen dat de bescherming van gegevens zal worden gegarandeerd op alle gebieden waar de uitwisseling van persoonsgegevens wordt overwogen.
Gemeenschappelijke Verklaring betreffende het Prinsdom Andorra
1. Producten van oorsprong uit het Prinsdom Andorra die onder de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld, worden door Jordanië aanvaard als zijnde van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze Overeenkomst.
2. Protocol 3 is van overeenkomstige toepassing bij het bepalen van de oorsprong van de hierboven vermelde producten.
Gemeenschappelijke Verklaring betreffende de Republiek San Marino
1. Producten van oorsprong uit de Republiek San Marino worden door Jordanië aanvaard als zijnde van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze Overeenkomst.
2. Protocol 3 is van overeenkomstige toepassing bij het bepalen van de oorsprong van de hierboven vermelde producten.
- Regeling
- Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, anderzijds
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 01-04-2019
- BWB-id
- BWBV0001417
- Versie
- 2019-04-01_0