wetzoeker

Gemeenschappelijke verklaring betreffende het begrip „zeggenschap" in artikel 23, onder b), en artikel 34 Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lidstaten, enerzijds, en Turkmenistan, anderzijds

1. De partijen bevestigen dat zij onderling zijn overeengekomen dat „zeggenschap" afhangt van de feitelijke omstandigheden van elk geval.

2. Een vennootschap wordt bij voorbeeld geacht onder „zeggenschap" van een andere onderneming te staan, en dus een dochteronderneming van de andere vennootschap te zijn, indien:

– de andere vennootschap rechtstreeks of middellijk beschikt over een meerderheid van de stemrechten, of

– de andere vennootschap het recht heeft een meerderheid van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan aan te stellen of af te zetten, en ter zelfdertijd aandeelhouder of lid van de dochteronderneming is.

3. Beide partijen menen dat de in punt 2 vermelde criteria geen limitatieve opsomming vormen.

Regeling
Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lidstaten, enerzijds, en Turkmenistan, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
25-05-1998
BWB-id
BWBV0001408
Versie
1998-05-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl