wetzoeker

Artikel 1 Verdrag inzake het verbod van het gebruik, de aanleg van voorraden, de productie en de overdracht van anti-personeelsmijnen en inzake de vernietiging van deze wapens

1 Elke Staat die Partij is verplicht zich ertoe onder geen enkele omstandigheid:

a. anti-personeelmijnen te gebruiken;

b. anti-personeelmijnen te ontwikkelen, produceren, anderszins te verwerven, voorraden daarvan aan te leggen, onder zich te houden of aan wie dan ook direct of indirect over te dragen;

c. wie dan ook, op enige manier bij te staan, aan te moedigen of aan te sporen over te gaan tot een activiteit die een Staat die Partij is ingevolge dit Verdrag verboden is.

2 Elke Staat die Partij is verplicht zich ertoe alle anti-personeelmijnen te vernietigen of te doen vernietigen, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag.

Regeling
Verdrag inzake het verbod van het gebruik, de aanleg van voorraden, de productie en de overdracht van anti-personeelsmijnen en inzake de vernietiging van deze wapens
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-10-1999
BWB-id
BWBV0001384
Versie
1999-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl