wetzoeker

Artikel 6 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Bosnië-Herzegowina inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen

Geen der Verdragsluitende Partijen neemt maatregelen waardoor aan onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij hun investeringen worden ontnomen, of maatregelen die een soortgelijk gevolg hebben als nationalisering of onteigening, tenzij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a. de maatregelen worden genomen in het algemeen belang en met inachtneming van een behoorlijke rechtsgang;

b. de maatregelen zijn niet discriminatoir of in strijd met enige verbintenis die de Verdragsluitende Partij die deze maatregelen neemt, is aangegaan;

c. de maatregelen gaan vergezeld van een billijke schadeloosstelling. Deze schadeloosstelling dient overeen te komen met de marktwaarde van de desbetreffende investeringen, onmiddellijk voordat de maatregelen zijn genomen of de op handen zijnde maatregelen openbaar zijn geworden, naar gelang wat het eerst is, dient rente te omvatten tegen een gewone commerciële rentevoet tot de datum van betaling en dient, wil zij doeltreffend zijn voor de gerechtigden, zonder vertraging te worden betaald en te kunnen worden overgemaakt naar het door de betrokken gerechtigden aangewezen land en in de valuta van het land waarvan de gerechtigden onderdaan zijn of in een door de gerechtigden aanvaarde vrij inwisselbare valuta.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Bosnië-Herzegowina inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2002
BWB-id
BWBV0001383
Versie
2002-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl