wetzoeker

Artikel vier Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Mexicaanse Staten inzake de bevordering, de aanmoediging en de wederzijdse bescherming van investeringen

Beslechting van geschillen tussen een Verdragsluitende Partij en een onderdaan van de andere Verdragsluitende Partij

1 Mits er zes maanden zijn verstreken sinds de gebeurtenissen die aanleiding geven tot een vordering hebben plaatsgevonden, mag een onderdaan bij het geschil de vordering aan arbitrage onderwerpen krachtens:

a. het ICSID-Verdrag, mits zowel de Verdragsluitende Partij bij het geschil als de Verdragsluitende Partij van de onderdaan partijen bij het Verdrag zijn;

b. de Aanvullende Voorziening van het ICSID, mits ofwel de Verdragsluitende Partij bij het geschil ofwel de Verdragsluitende Partij van de onderdaan, maar niet beide, partij bij het ICSID-Verdrag is;

c. het Arbitragereglement van de UNCITRAL.

2 De onderdaan bij het geschil legt de Verdragsluitende Partij bij het geschil ten minste negentig dagen voordat de vordering wordt voorgelegd een schriftelijke kennisgeving over van het voornemen een vordering aan arbitrage te onderwerpen; deze kennisgeving kan niet eerder worden overgelegd dan nadat de eerste drie maanden van de in het eerste lid genoemde periode van zes maanden zijn verstreken.

3 De toepasselijke arbitrageregels zijn op de arbitrage van toepassing, behalve voor zover zij door deze Bijlage zijn gewijzigd.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Mexicaanse Staten inzake de bevordering, de aanmoediging en de wederzijdse bescherming van investeringen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-10-1999
BWB-id
BWBV0001371
Versie
1999-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl