wetzoeker

Gemeenschappelijke verklaring betreffende het begrip „zeggenschap" in artikel 25, onder b, en artikel 36 Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Georgië, anderzijds

1. De partijen bevestigen dat zij onderling zijn overeengekomen dat „zeggenschap” afhangt van de feitelijke omstandigheden van elk geval.

2. Een onderneming wordt bij voorbeeld geacht onder „zeggenschap” van een andere onderneming te staan, en dus een dochteronderneming van de betrokken onderneming te zijn, indien:

– de andere onderneming rechtstreeks of onmiddellijk beschikt over een meerderheid van de stemrechten, of

– de andere partij het recht heeft een meerderheid van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan aan te stellen of af te zetten, en terzelfder tijd aandeelhouder of lid van de dochteronderneming is.

3. Beide partijen beschouwen de in punt 2 vermelde criteria niet als een limitatieve opsomming.

Regeling
Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Georgië, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-2014
BWB-id
BWBV0001347
Versie
2014-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl