wetzoeker

Artikel 4 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië inzake betaald werk van gezinsleden van diplomatiek en consulair personeel; Canberra, 24-09-1997

Ingeval gezinsleden immuniteit genieten ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de ontvangende staat overeenkomstig het Verdrag inzake diplomatiek verkeer, geldt het volgende:

a. De zendstaat doet afstand van de immuniteit van het betrokken gezinslid ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de ontvangende staat met betrekking tot elk handelen of nalaten dat voortvloeit uit de betaalde werkzaamheden, behalve in bijzondere gevallen wanneer de zendstaat van mening is dat het doen van afstand in strijd is met zijn belangen;

b. Het doen van afstand van immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken wordt niet geacht mede betrekking te hebben op immuniteit ten aanzien van de tenuitvoerlegging van het vonnis, waarvan uitdrukkelijk afstand moet worden gedaan. In dergelijke gevallen neemt de zendstaat het doen van afstand van laatstbedoelde immuniteit ernstig in overweging.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië inzake betaald werk van gezinsleden van diplomatiek en consulair personeel; Canberra, 24-09-1997
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
13-08-1998
BWB-id
BWBV0001346
Versie
1998-08-13_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl