wetzoeker

Artikel 44 Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie

SLOTBEPALINGEN

1 Iedere andere Staat kan tot het Verdrag toetreden nadat het overeenkomstig artikel 46, eerste lid, in werking is getreden.

2 De akte van toetreding dient te worden nedergelegd bij de depositaris.

3 De toetreding heeft slechts gevolg in de betrekkingen tussen de toetredende Staat en die Verdragsluitende Staten die niet binnen zes maanden na de ontvangst van de in artikel 48, letter b, bedoelde kennisgeving bezwaar hebben gemaakt tegen de toetreding van deze Staat. Een dergelijk bezwaar kan ook worden gemaakt door een Staat op het tijdstip van een bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van het verdrag, indien deze na de toetreding plaatsvindt. Van bezwaren wordt kennis gegeven aan de depositaris.

Regeling
Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-10-1998
BWB-id
BWBV0001342
Versie
1998-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl