wetzoeker

Artikel X Verdrag tot oprichting van het Internationaal Vaccinatie-Instituut

1 De Raad is verantwoordelijk voor alle aangelegenheden van het Instituut. Het is onder andere zijn taak ervoor te zorgen dat:

i. het Instituut de doelstellingen, programma's en plannen verwezenlijkt die in overeenstemming zijn met zijn oogmerk en met de algemene doelstellingen van het CVI; en

ii. het Instituut door zijn Directeur op doeltreffende wijze wordt geleid in harmonie met de overeengekomen doelstellingen, programma's en begrotingen, en in overeenstemming met de wettelijke en reglementaire vereisten.

2 Hiertoe dient de Raad het volgende te ondernemen:

i. doelen stellen, plannen voor het verwezenlijken van de doelstellingen van het Instituut goedkeuren en het bereiken van deze doelstellingen controleren;

ii. beleidslijnen op schrift stellen die de Directeur dient te volgen bij het verwezenlijken van de specifieke doelstellingen;

iii. zorgdragen voor de kosteneffectiviteit van het Instituut, de financiële integriteit en de verantwoording van de administratie;

iv. het programma en de begroting van het Instituut goedkeuren;

v. een externe accountant benoemen en een plan voor de controle van de jaarrekening goedkeuren;

vi. het algemene organisatiekader van het Instituut goedkeuren;

vii. het personeelsbeleid goedkeuren met inbegrip van salarisschalen en vergoedingen;

viii. de aanpak, beleidslijnen en programma's van het Instituut inzake het inzamelen van gelden en het mobiliseren van hulpbronnen goedkeuren en activiteiten op deze gebieden stimuleren;

ix. de samenstelling van de Raad op peil houden in verband met de vereiste deskundigheid voor het uitvoeren van het gehele scala van activiteiten dat onder zijn verantwoordelijkheid valt, de taakuitvoering van het personeel bewaken en de verrichtingen van het Instituut evalueren; en

x. alle andere handelingen verrichten die noodzakelijk, gepast en geschikt kunnen worden geacht voor het bereiken van de in artikel IV van dit Statuut genoemde doelstellingen van het Instituut.

3 De Raad kan een Uitvoerend Comité samenstellen uit haar leden dat bevoegd is namens de Raad op te treden in de periode tussen de vergaderingen van de Raad, en over aangelegenheden die door de Raad aan dit comité zijn gedelegeerd. Over alle tussentijdse handelingen van het Uitvoerend Comité wordt aan de voltallige Raad verslag uitgebracht bij de volgende vergadering. De Raad beslist over het lidmaatschap van het Uitvoerend Comité als subgroep van de Raad. De Directeur en ten minste een ambtshalve aangewezen lid van het gastland, de Republiek Korea, zullen als lid in het Uitvoerend Comité zitting nemen.

4 De Raad kan alle andere subcomités in het leven roepen die hij noodzakelijk acht voor de uitoefening van zijn taken.

Regeling
Verdrag tot oprichting van het Internationaal Vaccinatie-Instituut
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
16-11-2022
BWB-id
BWBV0001340
Versie
2022-11-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl