wetzoeker

Artikel 6 Verdrag inzake luchtvervoer tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Russische Federatie

1 De wetten, voorschriften en procedures van een Staat van een Verdragsluitende Partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van in internationale luchtdiensten gebruikte luchtvaartuigen of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zodanige luchtvaartuigen dienen op haar grondgebied te worden toegepast op luchtvaartuigen van een door de andere Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij.

2 De wetten, voorschriften en procedures van een Staat van een Verdragsluitende Partij betreffende de toelating tot, het verblijf op of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanningsleden, vracht of post, zoals voorschriften betreffende paspoorten, douane, valuta's en sanitaire maatregelen, dienen te worden toegepast op passagiers, bemanningsleden, vracht of post van luchtvaartuigen van een door de andere Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij gedurende het verblijf op genoemd grondgebied.

3 Geen van beide Verdragsluitende Partijen begunstigt een andere luchtvaartmaatschappij ten opzichte van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Verdragsluitende Partij bij de toepassing van de voorschriften van haar Staat inzake douane, immigratie, quarantaine en soortgelijke voorschriften, of bij het gebruik van luchthavens, luchtwegen, luchtverkeersdiensten en aanverwante voorzieningen waarover zij zeggenschap heeft.

Regeling
Verdrag inzake luchtvervoer tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Russische Federatie
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
08-04-1998
BWB-id
BWBV0001329
Versie
1998-04-08_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl