wetzoeker

Artikel VIII Verdrag inzake ontwikkelingssamenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Uganda

Geschillen betreffende de uitlegging, toepassing en/of uitvoering van dit Verdrag worden beslecht door middel van onderhandelingen tussen de Zendstaat en de Ontvangende Staat.

Indien met betrekking tot de uitlegging, de toepassing of de uitvoering, hieronder mede begrepen het bestaan, de geldigheid of de beëindiging, van dit Verdrag een geschil ontstaat, kan elk van beide staten het geschil onderwerpen aan een definitieve en bindende scheidsrechterlijke uitspraak in overeenstemming met het Facultatieve Reglement voor Arbitrage van Geschillen tussen twee Staten van het Permanente Hof van Arbitrage zoals van kracht op de datum waarop het geschil aan het Hof wordt voorgelegd. Het aantal scheidsrechters bedraagt drie.

Wanneer onderwerping aan een scheidsrechterlijke uitspraak wordt overeengekomen, wordt afstand gedaan van ieder recht op soevereine immuniteit van tenuitvoerlegging waartoe de Zendstaat of de Ontvangende Staat in andere gevallen gerechtigd zou zijn met betrekking tot de tenuitvoerlegging van iedere scheidsrechterlijke uitspraak die ingevolge dit Verdrag is gedaan.

Regeling
Verdrag inzake ontwikkelingssamenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Uganda
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-1999
BWB-id
BWBV0001324
Versie
1999-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl