wetzoeker

Bijlage B bij het Akkoord tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de organisatie en de activiteiten van het 1 (Duits/Nederlandse) Legerkorps en het Air Operations Coordination Center Akkoord tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de organisatie en de activiteiten van het 1 (Duits/Nederlandse) Legerkorps en het Air Operations Coordination Center

De Commandant van het Korps heeft de volgende taken:

a. Op het gebied van operationele planning:

– het analyseren van de taken van het Korps als genoemd in artikel 3 van het Verdrag en artikel 2 van dit Akkoord;

– het ontwikkelen en uitvaardigen van tactische concepten in overeenstemming met artikel 19 van dit Akkoord;

– het plannen van en voorbereidingen treffen voor de uitvoering van de taken als genoemd in artikel 3 van het Verdrag en artikel 2 van dit Akkoord;

– met betrekking tot bovengenoemde taken en op basis van artikel 7, vierde lid van dit Akkoord, het evalueren en veilig stellen van de operationele paraatheid van het Korps, met uitzondering van om organisatorische redenen toegevoegde formaties en eenheden;

– het doen van verzoeken aan nationale autoriteiten om hem informatie te verstrekken over de aard en reikwijdte van de voorbereiding voor operaties van het Korps;

– het op de hoogte stellen van de bevoegde nationale autoriteiten en de NAVO-bevelhebbers over de operationele status van het Korps of onderdelen daarvan met betrekking tot bovengenoemde taken;

– het ontwikkelen van geharmoniseerde waarschuwingsprocedures voor de binationale onderdelen van het Korps in overeenstemming met artikel 29 van dit Akkoord.

b. Op het gebied van training en oefeningen:

– het opstellen van specifieke trainingsdoelstellingen voor operaties met betrekking tot de uitvoering van de taken als genoemd in artikel 3 van het Verdrag en artikel 2 van dit Akkoord;

– het samenwerken met de nationale autoriteiten en de respectieve NAVO-bevelhebbers bij het vaststellen van trainingsnormen en procedures voor de verificatie daarvan;

– de planning, voorbereiding en leiding van oefeningen, de deelname daaraan en het evalueren daarvan voor alle binationale onderdelen en aan het Korps ondergeschikte nationale onderdelen in samenwerking met de nationale autoriteiten en/of respectieve NAVO-bevelhebbers op basis van de geldende nationale richtlijnen met betrekking tot oefeningen;

– het jaarlijks uitwerken van een binationale oefenrichtlijn als onderdeel van het jaarplan als genoemd in artikel 8 van dit Akkoord;

– het brengen van veldbezoeken aan alle aan het Korps toegewezen formaties of eenheden en, na coördinatie met de Senior National Officer van het andere land, aan de om organisatorische redenen aan het Korps toegevoegde formaties of eenheden;

– het evalueren van het opleidingsniveau van alle binationale onderdelen en de aan het Korps ondergeschikte nationale onderdelen;

– het formuleren van zijn eisen ten aanzien van opleiding en oefeningen, bijvoorbeeld voor het medegebruik van nationale opleidingsfaciliteiten;

– het organiseren van specifieke activiteiten ter bevordering van de binationale samenwerking en doeltreffendheid.

c. Op het gebied van de logistiek, met inbegrip van geneeskundige ondersteuning:

– het evalueren van de paraatheid van het materieel van alle binationale en nationale onderdelen die ondergeschikt zijn aan het Korps;

– het opstellen en bij de bevoegde autoriteiten indienen van prioriteiten met betrekking tot de logistiek, met inbegrip van geneeskundige ondersteuning, in overeenstemming met artikel 24 van dit Akkoord;

– het indienen van voorstellen met betrekking tot de standaardisatie en integratie op het gebied van de logistiek, met inbegrip van geneeskundige ondersteuning, bij de bevoegde nationale autoriteiten.

d. Op het gebied van financiën en het binationale budget:

– het indienen van een ontwerp voor het binationale budget voor goedkeuring overeenkomstig artikel 34 van dit Akkoord;

– het uitvoeren van het goedgekeurde binationale budget;

– het formuleren van eisen op basis waarvan contracten worden gesloten overeenkomstig artikel 8 van het Verdrag;

– het indienen van de binationale financiële jaaropgave;

– het indienen van de accountantsverklaring met opmerkingen en voorstellen met betrekking tot de bevindingen en aanbevelingen in de verklaring;

– het stellen van prioriteiten, voorzover nodig, binnen het goedgekeurde budget ter vermijding van overschrijdingen van het binationale budget;

– wanneer blijkt dat bovengenoemde maatregelen niet voldoende zijn, het ter goedkeuring indienen van een ontwerp voor een aanvullend binationaal budget bij de bevoegde nationale autoriteiten via het Gemengd Comité.

e. Op andere gebieden:

– het indienen van het jaarplan en het jaarlijkse evaluatierapport, bedoeld in artikel 8 van dit Akkoord;

– het rapporteren aan de relevante hogere commando-autoriteiten, in geval de uitvoering van de nationale of binationale taken van de binationale en nationele onderdelen die ondergeschikt zijn aan het Korps of het AOCC in gevaar komt;

– het indienen van voorstellen met betrekking tot de organisatie en de structuur van de aan het Korps ondergeschikte binationale en nationale onderdelen bij de betrokken nationale autoriteiten via het Gemengd Comité;

– het indienen van voorstellen voor harmonisatie, standaardisatie en/of integratie bij de betrokken nationale autoriteiten via het Gemengd Comité, bijvoorbeeld met betrekking tot regelgeving voor personeelszaken en eisen aan het materieel;

– het afwijken van nationale regelgeving overeenkomstig artikel 16 van dit Akkoord;

– het doen van aanbevelingen met betrekking tot wijzigingen of aanvullingen van dit Akkoord overeenkomstig artikel 40, derde lid;

– het coördineren met de betrokken burgerlijke en militaire autoriteiten van plannen en operaties in het kader van de civiel-militaire samenwerking (CIMIC), voorzover toepasselijk op basis van desbetreffende NAVO/WEU-documenten;

– het vertegenwoordigen van het Korps;

– het informeren van de betrokken nationale autoriteiten over het aan de binationale onderdelen toegewezen personeel en materieel;

– het toezicht houden op de naleving van de toepasselijke regelgeving op het gebied van veiligheid en milieubescherming door het personeel van het Korps.

f. In geval van andere dan MDF-operaties:

– het plannen en leiden van operaties ter verwezenlijking van de specifieke taken en opdrachten;

– het voorbereiden van concepten en procedures voor de opdrachten overeenkomstig artikel 19 van dit Akkoord.

g. Na gezagsoverdracht voor MDF-taken:

– het leiden van operaties ter uitvoering van de door de bevoegde NAVO-bevelhebber op aanwijzing van SACEUR toegewezen opdracht;

– het, indien nodig, in overeenstemming met de toepasselijke NAVO-documenten coördineren met de nationale autoriteiten;

– het doen van verzoeken aan de nationale autoriteiten en/of de bevoegde NAVO-bevelhebber om extra eenheden aan het Korps toe te wijzen;

– het herverdelen van logistieke en geneeskundige voorraden onder zijn bevel, rekening houdend met de bepalingen vervat in MC 319/1;

– het geven van opdrachten of taken aan ondergeschikte commandanten, het inzetten van eenheden, het wijzigen van de toewijzing van strijdkrachten en het zelf uitoefenen of delegeren van het operationele en/of tactische toezicht naar gelang nodig wordt geacht.

Regeling
Akkoord tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de organisatie en de activiteiten van het 1 (Duits/Nederlandse) Legerkorps en het Air Operations Coordination Center
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-09-2000
BWB-id
BWBV0001319
Versie
2000-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl