wetzoeker

Gemeenschappelijke verklaring betreffende het begrip „zeggenschap” in artikel 25, onder b., en artikel 36 Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds

1. De partijen bevestigen dat zij onderling zijn overeengekomen dat „zeggenschap” afhangt van de feitelijke omstandigheden van elk geval.

2. Een vennootschap wordt bij voorbeeld geacht onder „zeggenschap” van een andere onderneming te staan, en dus een dochteronderneming van de andere vennootschap te zijn, indien:

- de andere vennootschap rechtstreeks of middellijk beschikt over een meerderheid van de stemrechten, of

- de andere vennootschap het recht heeft een meerderheid van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan aan te stellen of af te zetten, en ter zelfdertijd aandeelhouder of lid van de dochteronderneming is.

3. Beide partijen menen dat de in punt 2 vermelde criteria geen limitatieve opsomming vormen.

Regeling
Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-2013
BWB-id
BWBV0001308
Versie
2013-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl