wetzoeker

Artikel 23 Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds

BEPALINGEN INZAKE DE VESTIGING EN DE EXPLOITATIE VAN ONDERNEMINGEN

1

a. De Gemeenschap en haar Lid-Staten kennen voor de vestiging van Kazachstaanse vennootschappen op hun grondgebied geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan vennootschappen uit enig derde land toekennen, overeenkomstig hun wetgeving en bepalingen.

b. Onverminderd de in bijlage II genoemde voorbehouden kennen de Gemeenschap en haar Lid-Staten de op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen van Kazachstaanse vennootschappen, wat de exploitatie daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan enige vennootschap uit de Gemeenschap toekennen, overeenkomstig hun wetgeving en bepalingen.

c. De Gemeenschap en haar Lid-Staten kennen de op hun grondgebied gevestigde filialen van Kazachstaanse vennootschappen, wat de exploitatie daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan filialen van vennootschappen uit enig derde land toekennen, overeenkomstig hun wetgeving en bepalingen.

2 Onverminderd het bepaalde in de artikelen 34 en 85 kent de Republiek Kazachstan aan vennootschappen uit de Gemeenschap en filialen daarvan, wat de vestiging en de exploitatie – als bedoeld in artikel 25 – op zijn grondgebied en overeenkomstig zijn wettelijke bepalingen en voorschriften betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan aan vennootschappen uit de Republiek Kazachstan en filialen daarvan of aan vennootschappen uit derde landen en filialen daarvan.

Regeling
Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-2013
BWB-id
BWBV0001308
Versie
2013-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl