wetzoeker

Artikel 5 Verdrag inzake de deelneming van buitenlanders aan het openbare leven op plaatselijk niveau

INSPRAAKORGANEN TER VERTEGENWOORDIGING VAN BUITENLANDSE INGEZETENEN OP PLAATSELIJK NIVEAU

1 Iedere Partij verplicht zich ertoe, behoudens de bepalingen van artikel 9, eerste lid:

a. erop toe te zien dat er geen belemmeringen van juridische of andere aard zijn die plaatselijke overheden op wier grondgebied een aanzienlijk aantal buitenlandse ingezetenen woont, beletten inspraakorganen in te stellen of andere passende institutionele regelingen te treffen, ten einde:

i. een schakel te vormen tussen henzelf en bedoelde ingezetenen,

ii. een forum te bieden ter bespreking en uiting van meningen, wensen en zorgen van buitenlandse ingezetenen inzake aangelegenheden betreffende het plaatselijke openbare leven die hun in het bijzonder raken, met inbegrip van de werkzaamheden en verantwoordelijkheden van de betrokken plaatselijke overheid, en

iii. hun algemene integratie in het leven van de gemeenschap te bevorderen;

b. de instelling van dergelijke inspraakorganen of het treffen van andere passende institutionele regelingen ter vertegenwoordiging van buitenlandse ingezetenen door plaatselijke overheden op wier grondgebied een aanzienlijk aantal buitenlandse ingezetenen woont, te stimuleren en vergemakkelijken.

2 Iedere Partij ziet erop toe dat vertegenwoordigers van buitenlandse ingezetenen die deelnemen aan de in het eerste lid bedoelde inspraakorganen of andere institutionele regelingen kunnen worden gekozen door de buitenlandse ingezetenen op het grondgebied van de plaatselijke overheid of kunnen worden aangewezen door afzonderlijke verenigingen van buitenlandse ingezetenen.

Regeling
Verdrag inzake de deelneming van buitenlanders aan het openbare leven op plaatselijk niveau
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-05-1997
BWB-id
BWBV0001275
Versie
1997-05-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl