wetzoeker

Artikel 9 Zesde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa

1 Elke Staat kan bij de ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, bij de bekrachtiging, of op elk later tijdstip, door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa verklaren dat dit Protocol van toepassing zal zijn op alle of op een of meer van de gebieden voor de internationale betrekkingen waarvan hij verantwoordelijk is en waar het Verdrag en de Protocollen daarbij van toepassing zijn.

2 Het Protocol zal van toepassing zijn op het gebied of de gebieden die in de kennisgeving zijn vermeld, vanaf de dertigste dag die volgt op die waarop de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa deze kennisgeving heeft ontvangen.

3 Iedere ingevolge het eerste lid afgelegde verklaring kan met betrekking tot een of meer van de gebieden die in de verklaring zijn genoemd, worden ingetrokken of gewijzigd door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal. De intrekking of wijziging wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt na het verstrijken van een maand nadat de Secretaris-Generaal de kennisgeving heeft ontvangen.

Regeling
Zesde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-11-1998
BWB-id
BWBV0001269
Versie
1998-11-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl