wetzoeker

Artikel 4 Zesde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa

Voorrechten en immuniteiten worden de rechters niet tot persoonlijk voordeel van henzelf verleend, maar om hun de onafhankelijke uitoefening van hun functie te garanderen. Uitsluitend het Hof in voltallige vergadering bijeen is bevoegd de immuniteit van rechters op te heffen; het heeft niet alleen het recht, maar ook de plicht de immuniteit van een rechter op te heffen telkens wanneer de immuniteit naar zijn oordeel de loop van het recht in de weg zou staan en afstand van de immuniteit kan worden gedaan zonder dat inbreuk wordt gemaakt op het doel waarvoor de immuniteit wordt verleend.

Regeling
Zesde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-11-1998
BWB-id
BWBV0001269
Versie
1998-11-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl