wetzoeker

Artikel 10 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Noorwegen inzake sociale zekerheid

BIJZONDERE BEPALINGEN MET BETREKKING TOT HET RECHT OP PRESTATIES BIJ ZIEKTE EN MOEDERSCHAP, INVALIDITEITS- EN OUDERDOMSPENSIOENEN, PENSIOENEN AAN NAGELATEN BETREKKINGEN, OVERLIJDENSUITKERINGEN EN WERKLOOSHEIDSUITKERINGEN

Met betrekking tot de in artikel 3, eerste en tweede lid, genoemde personen die wonen buiten het grondgebied van een Partij bij de EER-Overeenkomst en tot de in artikel 3, tweede lid, genoemde personen die wonen op het grondgebied van een Partij bij de EER-Overeenkomst zijn ten aanzien van

a. verhogingen van of aanvullingen op ouderdoms- of invaliditeitspensioenen met betrekking tot de kinderen van deze pensioentrekkenden,

b. wezenpensioenen met uitzondering van wezenpensioenen verleend uit hoofde van verzekeringsregelingen voor arbeidsongevallen en beroepsziekten,

Titel III, hoofdstuk 3, van de Verordening, de desbetreffende bepalingen van de Toepassingsverordening, de desbetreffende bepalingen van de Bijlagen bij de Verordening en de Toepassingsverordening en alle voor de uitvoering daarvan opgestelde regelingen van overeenkomstige toepassing.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Noorwegen inzake sociale zekerheid
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-04-1997
BWB-id
BWBV0001265
Versie
1997-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl