wetzoeker

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 2 en 107 Overeenkomst inzake Partnerschap en Samenwerking waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds

De Partijen verklaren dat de opneming in de Overeenkomst van de eerbiediging van de mensenrechten als een essentieel onderdeel van de Overeenkomst en van het begrip bijzonder dringende gevallen voortvloeit uit:

- het beleid van de Gemeenschap op het gebied van de mensenrechten, overeenkomstig de Verklaring van de Raad van 11 mei 1992 waarin bepaald wordt dat deze verwijzing moet worden opgenomen in samenwerkings- of associatieovereenkomsten tussen de Gemeenschap en haar CVSE-partners, alsmede

- het beleid van Rusland op dit gebied en

- het belang dat beide Partijen hechten aan de verplichtingen ter zake, die met name voortvloeien uit de Slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa.

Regeling
Overeenkomst inzake Partnerschap en Samenwerking waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-12-1997
BWB-id
BWBV0001261
Versie
1997-12-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl