wetzoeker

Gemeenschappelijke Verklaring betreffende artikel 30 Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds

Onverminderd de in de bijlagen IV en V genoemde voorbehouden en de bepalingen van de artikelen 44 en 47, komen de partijen overeen dat de woorden „overeenkomstig hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen" in de leden 1 en 2 van artikel 30 betekenen dat elke partij voorschriften voor de vestiging en werking van vennootschappen op haar grondgebied mag vaststellen, op voorwaarde dat deze voorschriften met betrekking tot de vestiging en werking van vennootschappen van de andere partij niet leiden tot nieuwe voorbehouden die in een behandeling resulteren die minder gunstig is dan die welke wordt toegekend aan hun eigen vennootschappen dan wel aan vennootschappen of filialen of dochterondernemingen van venootschappen uit een derde land.

Regeling
Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-11-2011
BWB-id
BWBV0001260
Versie
2011-11-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl