wetzoeker

Artikel 16 Verdrag inzake nucleaire veiligheid

1 Elke Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om zeker te stellen dat er voor kerninstallaties interne en externe rampenbestrijdingsplannen bestaan die routinematig worden getest en betrekking hebben op alle activiteiten die moeten worden verricht bij ongevallen.

Bij elke nieuwe kerninstallatie dienen deze plannen te worden opgesteld en getest voordat bedrijfsvoering op boven door het regulerende lichaam goedgekeurd laag vermogen aanvangt.

2 Elke Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om zeker te stellen dat haar eigen bevolking en de bevoegde autoriteiten van de Staten in de nabijheid van de kerninstallatie, voor zover zij zouden kunnen worden getroffen door een ongeval met stralingsgevolgen, deugdelijke informatie ontvangen ten behoeve van rampenbestrijding en de planning daarvan.

3 Verdragsluitende Partijen die geen kerninstallatie op hun grondgebied hebben, nemen, voor zover zij zouden kunnen worden getroffen door een ongeval met stralingsgevolgen in een kerninstallatie in de nabijheid, passende maatregelen gericht op het opstellen en testen van rampenbestrijdingsplannen voor hun grondgebied waarin bij ongevallen te treffen maatregelen zijn vastgelegd.

Regeling
Verdrag inzake nucleaire veiligheid
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
13-01-1997
BWB-id
BWBV0001256
Versie
1997-01-13_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl