wetzoeker

1 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake de verruiming van de vaarweg in de Westerschelde

Vaarmogelijkheden bedoeld in artikel 2

De volgende vaarmogelijkheden zullen onder alle gemiddelde getijomstandigheden (gemiddeld doodtij, gemiddeld tij, gemiddeld springtij) kunnen worden verkregen:

a. opvaart in één getij van een massagoedschip met een diepgang 14,65 m tijdens een getijvenster van 1 h per getij;

b. opvaart in twee getijen van een massagoedschip met een diepgang 15,25 m tijdens een getijvenster van 1/2 h per getij;

c. afvaart in één getij van een containerschip met een diepgang van 12,50 m tijdens een getijvenster van minstens 23/4 h per getij;

d. afvaart in één getij van een containerschip met een diepgang van 13,00 m tijdens een getijvenster van minstens 1 h per getij;

e. afvaart in één getij van een massagoedschip (type Panamax) met een diepgang van 12,50 m tijdens een getijvenster van minstens 1 h per getij; en

f. getij-ongebonden vaart met een diepgang van 11,60 m bij een waterstand van GLLWS (gemiddeld-laag-laagwater-spring).

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake de verruiming van de vaarweg in de Westerschelde
Afkortingen
Scheldeverdieping
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-07-1996
BWB-id
BWBV0001233
Versie
1996-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl