wetzoeker

Nr. II Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Chili houdende een verdrag inzake de tewerkstelling van gezinsleden van het diplomatieke en consulaire personeel

STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

's-Gravenhage, 26 oktober 1995

Excellentie,

Ik heb de eer Uwe Excellentie de ontvangst te bevestigen van Uw brief d.d. 26 oktober 1995, die als volgt luidt:

(Zoals in Nr. I)

Voorts heb ik namens de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden de eer Uwe Excellentie mede te delen dat het bovenstaande voorstel aanvaardbaar is en te bevestigen dat Uw brief en deze antwoordbrief, waarvan de Spaanse en de Engelse tekst authentiek zijn, een verdrag vormen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Chili, dat in werking zal treden overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 van bovenstaande tekst.

Gelief, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

Voor de Regering van het Koninkrijk der

Nederlanden,

(w.g.) M. PATIJN,

M. Patijn

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Aan Zijne Excellentie

de Heer Mariano Fernández Amunátegui

Onderstaatssecretaris van Buitenlandse Zaken

van de Republiek Chili

Regeling
Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Chili houdende een verdrag inzake de tewerkstelling van gezinsleden van het diplomatieke en consulaire personeel
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-1997
BWB-id
BWBV0001221
Versie
1997-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl