wetzoeker

Artikel 9 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Peru inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen

Geschillen tussen de ene Verdragsluitende Partij en onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij betreffende investeringen van die onderdanen op het grondgebied van de eerstbedoelde Verdragsluitende Partij worden, indien mogelijk, in der minne geschikt. Elke Verdragsluitende Partij stemt ermee in dergelijke geschillen, indien ze niet kunnen worden beslecht binnen een tijdvak van 3 maanden na de datum waarop een van beide partijen om een minnelijke schikking heeft verzocht, voor te leggen aan het Internationale Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen ter beslechting door bemiddeling of arbitrage krachtens het Verdrag inzake de beslechting van investeringsgeschillen tussen Staten en onderdanen van andere Staten, dat op 18 maart 1965 te Washington werd opengesteld voor ondertekening.

Een rechtspersoon die is opgericht of gesticht krachtens het op het grondgebied van de ene Verdragsluitende Partij geldende recht en waarin, voordat een dergelijk geschil ontstaat, het merendeel van de aandelen eigendom is van onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij, wordt in overeenstemming met artikel 25, tweede lid, letter b, van het Verdrag van Washington voor de toepassing van dat Verdrag behandeld als een onderneming van de andere Verdragsluitende Partij.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Peru inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-1996
BWB-id
BWBV0001209
Versie
1996-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl