wetzoeker

4 Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Venezuela houdende een verdrag inzake de tewerkstelling van gezinsleden van diplomaten

a Indien een gezinslid dat beroeps- of commerciële werkzaamheden heeft verricht in overeenstemming met de bepalingen van dit verdrag, in het kader van die arbeid wordt beschuldigd van het begaan van een strafbaar feit, gelden de bepalingen inzake immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van het Verdrag inzake diplomatiek verkeer, het Verdrag inzake consulaire betrekkingen, dan wel enige andere van toepassing zijnde overeenkomst, met inachtneming van de volgende bepalingen.

b In de in letter a) bedoelde gevallen doet de zendstaat, indien de ontvangende staat daarom verzoekt, afstand van de immuniteit van het betrokken gezinslid ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de ontvangende staat, behoudens in bijzondere gevallen, wanneer de zendstaat van oordeel is dat bedoelde afstand in strijd is met zijn belangen.

c Het doen van afstand van immuniteit van strafrechtelijke procedures mag niet worden geacht mede betrekking te hebben op de immuniteit ten aanzien van de tenuitvoerlegging van het vonnis, waarvan uitdrukkelijk afstand moet worden gedaan; in dergelijke gevallen neemt de zendstaat het doen van afstand van laatstbedoelde immuniteit ernstig in overweging.

Regeling
Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Venezuela houdende een verdrag inzake de tewerkstelling van gezinsleden van diplomaten
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-1996
BWB-id
BWBV0001205
Versie
1996-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl