wetzoeker

4 Notawisseling tussen de Nederlandse en de Hongaarse Regering houdende een verdrag inzake de tewerkstelling van gezinsleden van het diplomatieke en consulaire personeel

Indien een gezinslid dat arbeid heeft aanvaard in overeenstemming met de bepalingen van dit verdrag in het kader van die arbeid wordt beschuldigd van het begaan van een strafbaar feit, zijn de bepalingen inzake immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van het Verdrag inzake diplomatiek verkeer of het Verdrag inzake consulaire betrekkingen, dan wel enige andere toepasselijke overeenkomst, van toepassing met inachtneming van de volgende bepalingen.

a. In de hierboven bedoelde gevallen doet de zendstaat, indien de ontvangende staat daarom verzoekt, afstand van de immuniteit van het betrokken gezinslid ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de ontvangende staat, behoudens in bijzondere gevallen, wanneer genoemde zendstaat van oordeel is dat bedoelde afstand in strijd is met zijn belangen.

b. Het doen van afstand van immuniteit ten aanzien van strafrechtelijke procedures mag niet worden geacht mede betrekking te hebben op immuniteit ten aanzien van de tenuitvoerlegging van het vonnis, waarvan uitdrukkelijk afstand moet worden gedaan; in dergelijke gevallen neemt de zendstaat het doen van afstand van laatstbedoelde immuniteit ernstig in overweging.

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse en de Hongaarse Regering houdende een verdrag inzake de tewerkstelling van gezinsleden van het diplomatieke en consulaire personeel
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-1996
BWB-id
BWBV0001200
Versie
1996-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl