wetzoeker

4 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vrije Hanzestad Bremen inzake de samenwerking van de hogescholen van het Koninkrijk der Nederlanden met de Fachhochschulen van de Vrije Hanzestad Bremen

De in artikel 2, derde lid, van dit Verdrag bedoelde studenten uit Nederland dienen aan te tonen dat zij voldoen aan de in Bremen voor de opneming van een studie eventueel vereiste bijzondere inschrijvingsvoorwaarden als voorwaarde voor de inschrijving.

Voor de in artikel 2, tweede lid, bedoelde studenten uit Nederland is een dergelijk bewijs niet vereist.

Voor de in artikel 2, eerste lid, bedoelde studenten worden de eventueel vereiste bijzondere inschrijvingsvoorwaarden in het voor de gemeenschappelijke opleiding door beide hogescholen op te stellen gemeenschappelijke examenreglement uniform voor alle aspirant-studenten vastgelegd. Als bijzondere voorwaarde voor de inschrijving voor een gemeenschappelijke opleiding dient te worden gesteld dat het bezit van voldoende kennis van de taal van het partnerland wordt aangetoond.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vrije Hanzestad Bremen inzake de samenwerking van de hogescholen van het Koninkrijk der Nederlanden met de Fachhochschulen van de Vrije Hanzestad Bremen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-1996
BWB-id
BWBV0001198
Versie
1996-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl