Bijlage 7 — Procedure voor vrijstellingsgoedkeuring met betrekking tot nieuwe technologieën Overeenkomst betreffende de vaststelling van geharmoniseerde technische reglementen van de Verenigde Naties voor voertuigen op wielen en voor uitrustingsstukken en onderdelen die daarop kunnen worden gemonteerd en/of gebruikt, en betreffende de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen die krachtens die reglementen van de Verenigde Naties zijn verleend
Procedure voor vrijstellingsgoedkeuring met betrekking tot nieuwe technologieën
1. De overeenkomstsluitende partijen die een VN-reglement toepassen, kunnen op verzoek van de fabrikant vrijstellingsgoedkeuring krachtens een VN-reglement verlenen voor een voertuig, uitrustingsstuk of onderdeel waarin technologieën zijn toegepast die onverenigbaar zijn met een of meer voorschriften van dat VN-reglement, mits het beheerscomité van de Overeenkomst van 1958 daar volgens de in de punten 2 tot en met 12 beschreven procedure toestemming voor verleent.
2. In afwachting van het besluit over het al dan niet verlenen van toestemming voor een dergelijke vrijstellingsgoedkeuring kan de overeenkomstsluitende partij die het VN-reglement toepast, alleen voor haar grondgebied voorlopige goedkeuring verlenen. De andere overeenkomstsluitende partijen die dat reglement toepassen, kunnen beslissen deze voorlopige goedkeuring op hun grondgebied te aanvaarden.
3. De overeenkomstsluitende partij die de in punt 2 bedoelde voorlopige goedkeuring verleent, stelt het beheerscomité van haar besluit in kennis en dient een dossier in met de volgende elementen:
a. de redenen waarom de desbetreffende technologieën of concepten tot gevolg hebben dat het voertuig, uitrustingsstuk of onderdeel onverenigbaar is met de voorschriften van het VN-reglement;
b. een beschrijving van de veiligheids-, milieu- en andere overwegingen en van de genomen maatregelen;
c. een beschrijving van de tests en de resultaten ervan, waaruit blijkt dat in vergelijking met de voorschriften waarvan vrijstelling wordt aangevraagd, ten minste een even hoog veiligheids- en milieubeschermingsniveau wordt gewaarborgd;
d. een verzoek om toestemming tot het verlenen van een vrijstellingsgoedkeuring krachtens het VN-reglement voor het type voertuig, uitrustingsstuk of onderdeel.
4. Het beheerscomité onderzoekt de volledige kennisgeving zoals bedoeld in punt 3 in zijn eerstvolgende zitting na ontvangst van de kennisgeving, mits deze kennisgeving uiterlijk drie maanden vóór de zitting is ontvangen. Na onderzoek van de kennisgeving kan het beheerscomité besluiten het verlenen van de vrijstellingsgoedkeuring toe te staan of te weigeren, dan wel de zaak naar de bevoegde ondergeschikte werkgroep door te verwijzen.
5. Het besluit van het beheerscomité wordt genomen volgens de procedure van artikel 8 in het aanhangsel.
6. De gevraagde vrijstellingsgoedkeuring krachtens een VN-reglement zoals bedoeld in punt 3, wordt geacht te zijn toegestaan tenzij binnen één maand na de kennisgeving door de uitvoerend secretaris van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties, van het toestemmingsbesluit van het beheerscomité meer dan een vijfde van de overeenkomstsluitende partijen die het VN-reglement toepassen, op het tijdstip van de kennisgeving de uitvoerend secretaris heeft meegedeeld niet met de toestemming tot vrijstellingsgoedkeuring in te stemmen.
7. Wanneer de toestemming tot het verlenen van de vrijstellingsgoedkeuring is aangenomen, stelt de uitvoerend secretaris van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties de overeenkomstsluitende partijen die het desbetreffende VN-reglement toepassen, daar zo spoedig mogelijk van in kennis.
Vanaf de datum van die kennisgeving mag de in punt 3 bedoelde overeenkomstsluitende partij de vrijstellingsgoedkeuring krachtens het VN-reglement verlenen. De vrijstellingsgoedkeuring wordt door de overeenkomstsluitende partijen die het VN-reglement toepassen, aanvaard met uitzondering van die partijen die de uitvoerend secretaris van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties kennis hebben gegeven van hun niet-instemming of van hun voornemen om de vrijstellingsgoedkeuring niet meteen te aanvaarden. Laatstgenoemde partijen mogen met de toestemming van het beheerscomité de vrijstellingsgoedkeuring op een latere datum aanvaarden door de uitvoerend secretaris van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties daarvan in kennis te stellen.
8. Het beheerscomité vermeldt alle eventuele beperkingen in het toestemmingsbesluit. De termijn mag niet minder dan zesendertig maanden bedragen. De overeenkomstsluitende partijen die het VN-reglement toepassen, aanvaarden de vrijstellingsgoedkeuring ten minste tot het verstrijken van de termijn, indien van toepassing, of, wanneer het VN-reglement in kwestie later overeenkomstig de punten 9 en 10 wordt gewijzigd om rekening te houden met de technologie waarop de vrijstellingsgoedkeuring betrekking heeft, tot de datum vanaf welke de overeenkomstsluitende partijen goedkeuringen krachtens de vorige versie van het VN-reglement kunnen weigeren, al naargelang welke van beide data eerst valt.
De overeenkomstsluitende partij die toestemming heeft gekregen om de vrijstellingsgoedkeuring te verlenen, zorgt ervoor dat de fabrikant volledig voldoet aan alle beperkingen die aan deze goedkeuring verbonden zijn, en dat op het mededelingenformulier duidelijk wordt aangegeven dat het gebaseerd is op een vrijstelling die door het beheerscomité is toegestaan.
9. Tegelijkertijd stelt het beheerscomité de ondergeschikte werkgroep die verantwoordelijk is voor het VN-reglement, op de hoogte van de toestemming om de vrijstellingsgoedkeuring te verlenen.
De overeenkomstsluitende partij die toestemming heeft gekregen om de vrijstellingsgoedkeuring te verlenen, dient bij de ondergeschikte werkgroep die verantwoordelijk is voor het VN-reglement, een voorstel in tot wijziging van het VN-reglement waarvoor de vrijstellingsgoedkeuring werd aangevraagd, teneinde het aan de technologische ontwikkeling aan te passen. Dit voorstel wordt uiterlijk ingediend op de eerstvolgende zitting van de ondergeschikte werkgroep na de kennisgeving van het toestemmingsbesluit door het beheerscomité overeenkomstig punt 6.
10. Zodra het VN-reglement is gewijzigd om rekening te houden met de technologie waarvoor de vrijstellingsgoedkeuring werd verleend en het in werking is getreden, wordt de fabrikant toegestaan typegoedkeuring krachtens het gewijzigde VN-reglement aan te vragen ter vervanging van de eerder verleende vrijstellingsgoedkeuring krachtens dat VN-reglement. De goedkeuringsinstantie die die typegoedkeuring verleent, trekt de vrijstellingsgoedkeuring zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is in of stelt de goedkeuringsinstantie die de vrijstellingsgoedkeuring had verleend, ervan op de hoogte dat die vrijstellingsgoedkeuring moet worden ingetrokken.
11. Indien de procedure om het VN-reglement te wijzigen niet vóór het verstrijken van de in punt 8 vastgestelde termijn is voltooid, kan op verzoek van de overeenkomstsluitende partij die de vrijstellingsgoedkeuring heeft verleend, de geldigheid van die vrijstellingsgoedkeuring bij een volgens de in de punten 2 en 3 beschreven procedure genomen besluit worden verlengd. Indien de overeenkomstsluitende partij die toestemming heeft gekregen om de vrijstellingsgoedkeuring te verlenen, vóór het verstrijken van de in punt 9 vermelde termijn echter geen voorstel tot wijziging van het VN-reglement heeft ingediend, trekt die overeenkomstsluitende partij die vrijstellingsgoedkeuring meteen in, rekening houdend met de termijn die in punt 8 is vastgesteld. De overeenkomstsluitende partij die de vrijstellingsgoedkeuring heeft ingetrokken, stelt het beheerscomité daar op haar eerstvolgende zitting van in kennis.
12. Indien het beheerscomité besluit een toestemming tot het verlenen van een vrijstellingsgoedkeuring te weigeren, kan de overeenkomstsluitende partij die de in punt 2 bedoelde voorlopige goedkeuring heeft verleend, die voorlopige goedkeuring intrekken. In dat geval stelt die overeenkomstsluitende partij er de houder van de voorlopige goedkeuring onverwijld van in kennis dat die overeenkomstig punt 2 verleende voorlopige goedkeuring zes maanden na de datum van het besluit zal worden ingetrokken, gelet op het feit dat de voorlopige goedkeuring geldig moet zijn gedurende ten minste twaalf maanden vanaf de datum waarop zij is verleend.
- Regeling
- Overeenkomst betreffende de vaststelling van geharmoniseerde technische reglementen van de Verenigde Naties voor voertuigen op wielen en voor uitrustingsstukken en onderdelen die daarop kunnen worden gemonteerd en/of gebruikt, en betreffende de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen die krachtens die reglementen van de Verenigde Naties zijn verleend
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 27-12-2025
- BWB-id
- BWBV0001196
- Versie
- 2025-12-27_0