wetzoeker

3 — Voortgezette controlemaatregelen Overeenkomst betreffende de vaststelling van geharmoniseerde technische reglementen van de Verenigde Naties voor voertuigen op wielen en voor uitrustingsstukken en onderdelen die daarop kunnen worden gemonteerd en/of gebruikt, en betreffende de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen die krachtens die reglementen van de Verenigde Naties zijn verleend

Voortgezette controlemaatregelen

3.1. De instantie die VN-typegoedkeuring heeft verleend, kan op elk tijdstip de in elke productie-eenheid toegepaste conformiteitscontrolemethoden verifiëren.

3.1.1. De normale regeling is de continue doeltreffendheid van de procedures van de punten 1 en 2 (eerste beoordeling en maatregelen betreffende de productconformiteit) te verifiëren.

3.1.1.1. Toezicht door de (overeenkomstig punt 1.3.3 bevoegde of erkende) technische diensten wordt als toereikend beschouwd voor wat betreft de naleving van de voorschriften van punt 3.1.1 met betrekking tot de procedures die voor de eerste beoordeling zijn vastgesteld.

3.1.1.2. De normale frequentie van deze (andere dan de in punt 3.1.1.1 bedoelde) verificaties door de goedkeuringsinstantie moet zo zijn dat de relevante, overeenkomstig de punten 1 en 2 uitgevoerde controles worden geëvalueerd met tussenpozen die gebaseerd zijn op een risicobeoordelingsmethode die in overeenstemming is met de internationale norm ISO 31000:2009 – Principes en richtsnoeren voor risicobeheer, en in ieder geval ten minste om de drie jaar. Deze methode moet met name rekening houden met elke non-conformiteit die door overeenkomstsluitende partijen krachtens artikel 4 van de Overeenkomst van 1958 wordt gemeld.

3.2. Bij elke evaluatie moeten de test- en controledossiers en de productiegegevens ter beschikking worden gesteld van de inspecteur. Met name moeten dossiers van de in punt 2.2 voorgeschreven tests of controles worden overgelegd.

3.3. De inspecteur kan willekeurig monsters nemen die in het laboratorium van de fabrikant of in de voorzieningen van de technische dienst moeten worden getest. In dat geval worden er alleen fysieke tests uitgevoerd. Het minimumaantal monsters kan worden bepaald aan de hand van de resultaten van de verificatie door de fabrikant zelf.

3.4. Indien het niveau van de controle onvoldoende lijkt of als het nodig blijkt de geldigheid van de overeenkomstig punt 3.2 uitgevoerde tests te verifiëren, neemt de inspecteur monsters die naar de technische dienst moeten worden gezonden om fysieke tests uit te voeren.

3.5. Indien er tijdens een inspectie of controle onbevredigende resultaten worden gevonden, zorgt de goedkeuringsinstantie ervoor dat alle nodige maatregelen worden getroffen om de conformiteit van de productie zo snel mogelijk te herstellen.

Regeling
Overeenkomst betreffende de vaststelling van geharmoniseerde technische reglementen van de Verenigde Naties voor voertuigen op wielen en voor uitrustingsstukken en onderdelen die daarop kunnen worden gemonteerd en/of gebruikt, en betreffende de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen die krachtens die reglementen van de Verenigde Naties zijn verleend
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
27-12-2025
BWB-id
BWBV0001196
Versie
2025-12-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl