Artikel 8 Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van woestijnvorming in de landen die te kampen hebben met ernstige droogte en/of woestijnvorming, in het bijzonder in Afrika
Bijlage inzake regionale uitvoering voor Afrika
1 Overeenkomstig artikel 10 van het Verdrag dient in de algemene strategie van nationale actieprogramma's de nadruk te worden gelegd op geïntegreerde plaatselijke ontwikkelingsprogramma's voor getroffen gebieden, gebaseerd op participatiemechanismen en op het integreren van strategieën voor armoedebestrijding in inspanningen gericht op het bestrijden van woestijnvorming en het inperken van de gevolgen van droogte. De programma's dienen gericht te zijn op vergroting van de capaciteit van plaatselijke autoriteiten en te zorgen voor actieve betrokkenheid van plaatselijke bevolkingsgroepen, gemeenschappen en groeperingen, waarbij de nadruk ligt op onderwijs en opleiding, inschakeling van niet-gouvernementele organisaties met erkende deskundigheid en het versterken van gedecentraliseerde overheidsstructuren.
2 Nationale actieprogramma's dienen, waar mogelijk, de volgende algemene onderdelen te omvatten:
a. gebruikmaking, bij de opstelling en uitvoering van nationale actieprogramma's, van in het verleden opgedane ervaring bij het bestrijden van woestijnvorming en/of het inperken van de gevolgen van droogte, rekening houdend met sociale, economische en ecologische omstandigheden;
b. inventarisatie van factoren die bijdragen tot woestijnvorming en/of droogte en van beschikbare en benodigde middelen en capaciteiten, en totstandbrenging van passende beleidslijnen en institutionele en andere vormen van optreden en maatregelen die noodzakelijk zijn om deze verschijnselen te bestrijden en/of de gevolgen daarvan in te perken; en
c. vergroting van de participatie van plaatselijke bevolkingsgroepen en gemeenschappen, onder wie vrouwen, landbouwers en veehouders, en delegatie aan hen van meer verantwoordelijkheid met betrekking tot beheer.
3 Nationale actieprogramma's dienen, waar mogelijk, tevens het volgende te omvatten:
a. maatregelen ter verbetering van het economisch klimaat met het oog op armoedebestrijding:
i. het vergroten van de kansen op inkomsten en werk, met name voor de armste leden van de gemeenschap, door:
– markten te ontwikkelen voor landbouw- en veeteeltprodukten;
– financiële instrumenten te creëren die aansluiten op de plaatselijke behoeften;
– diversificatie in de landbouw en het opzetten van landbouwbedrijven te stimuleren; en
– economische bedrijvigheid te ontwikkelen van para-agrarische en niet-agrarische aard;
ii. het verbeteren van de economische vooruitzichten van het platteland op de lange termijn door middel van de invoering van:
– impulsen voor renderende investeringen en toegang tot produktiemiddelen; en
– een prijsbeleid, belastingpolitiek en handelsgebruiken die groei bevorderen;
iii. het vaststellen en toepassen van een bevolkings- en migratiepolitiek om de bevolkingsdruk op het land te verminderen; en
iv. het bevorderen van het gebruik van droogtebestendige gewassen en de toepassing van geïntegreerde landbouwsystemen voor droge gebieden ten behoeve van de veiligstelling van de voedselvoorziening;
b. maatregelen tot behoud van de natuurlijke rijkdommen:
i. het zorgen voor geïntegreerd en duurzaam beheer van natuurlijke rijkdommen, met inbegrip van:
– akkerbouw- en weidegronden;
– flora en fauna;
– bossen;
– watervoorraden; en
– biologische diversiteit;
ii. het verzorgen van opleidingen met betrekking tot en het stimuleren van bewustmakings- en milieu-educatieprogramma's en het verspreiden van kennis van technieken met betrekking tot duurzaam beheer van natuurlijke rijkdommen; en
iii. het zorgen voor de ontwikkeling en het efficiënte gebruik van verschillende energiebronnen, het propageren van alternatieve bronnen van energie, met name zonne-energie, windenergie en biogas, en specifieke regelingen voor de overdracht, verwerving en aanpassing van daarvoor in aanmerking komende technologie om de druk op kwetsbare natuurlijke rijkdommen te verlichten;
c. maatregelen om de institutionele organisatie te verbeteren:
i. het bepalen van de taken en verantwoordelijkheden van de centrale overheid en de plaatselijke overheden in het kader van een landinrichtingsbeleid;
ii het stimuleren van een beleid inzake actieve decentralisatie, het overhevelen van de verantwoordelijkheid m.b.t. het beheer en de besluitvorming naar de plaatselijke overheden, en het aanmoedigen van initiatieven en het op zich nemen van de verantwoordelijkheid door plaatselijke gemeenschappen en het opzetten van plaatselijke structuren; en
iii. het bijstellen, waar mogelijk, van het institutioneel en regelgevend kader voor het beheer van natuurlijke rijkdommen teneinde plaatselijke bevolkingsgroepen zekerheid te bieden wat betreft het beschikkingsrecht met betrekking tot land;
d. maatregelen om de kennis op het gebied van woestijnvorming te verbeteren:
i. het bevorderen van onderzoek en het vergaren, verwerken en uitwisselen van gegevens betreffende de wetenschappelijke, technische en sociaal-economische aspecten van woestijnvorming;
ii. het verbeteren van nationale mogelijkheden wat betreft onderzoek en het vergaren, verwerken, uitwisselen en analyseren van gegevens, teneinde het inzicht te vergroten en de resultaten van de analyse te vertalen in operationele termen; en
iii. het stimuleren van middellange- en lange-termijnstudies naar:
– sociaal-economische en culturele tendensen in getroffen gebieden;
– kwalitatieve en kwantitatieve trends m.b.t. natuurlijke rijkdommen; en
– de wisselwerking tussen klimaat en woestijnvorming; en
e. maatregelen om de gevolgen van droogte te meten en te evalueren:
i. het ontwikkelen van strategieën betreffende het evalueren van de effecten van natuurlijke klimaatschommelingen op droogte en woestijnvorming in de regio en/of de gebruikmaking van voorspellingen van klimaatschommelingen over perioden van een seizoen tot meerdere jaren bij inspanningen gericht op het inperken van de gevolgen van droogte;
ii. het verbeteren van de capaciteit voor vroegtijdig waarschuwen en optreden, het efficiënt beheren van de nood- en voedselhulp en het verbeteren van de opslag- en distributiesystemen voor voedsel, beschermingsregelingen voor vee, en openbare werken en alternatieve middelen van bestaan in gebieden die vatbaar zijn voor droogte; en
iii. het meten en evalueren van de aantasting van het milieu om betrouwbare en tijdig beschikbare informatie te kunnen verschaffen over het proces en de dynamiek van de aantasting van hulpbronnen, teneinde betere beleidsvorming en optreden te vergemakkelijken.
- Regeling
- Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van woestijnvorming in de landen die te kampen hebben met ernstige droogte en/of woestijnvorming, in het bijzonder in Afrika
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 06-09-2001
- BWB-id
- BWBV0001192
- Versie
- 2001-09-06_0