wetzoeker

Nr. I Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada houdende een verdrag inzake het gebruik door Canadese inspectieteams van Nederlandse militaire faciliteiten

AMBASSADE VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

Ottawa, 17 januari 1995

Nr. 14

Excellentie,

Onder verwijzing naar de onlangs tussen vertegenwoordigers van onze beide Regeringen gevoerde besprekingen met betrekking tot het gebruik door Canada van Nederlandse faciliteiten als uitvalsbasis, heb ik de eer onderstaande afspraken te bevestigen, die uit deze besprekingen zijn voortgevloeid.

Ik heb de eer voor te stellen dat, indien het voorgaande voor Uw Regering aanvaardbaar is, deze Nota en Uw antwoord daarop een verdrag tussen onze beide Regeringen zullen vormen dat in werking treedt op de datum waarop beide Regeringen elkaar hebben medegedeeld dat aan hun constitutionele formaliteiten is voldaan. Het verdrag kan door een der Regeringen schriftelijk worden opgezegd met inachtneming van een termijn van drie maanden. In afwachting van de inwerkingtreding ervan zal het verdrag voorlopig worden toegepast vanaf de tiende dag volgend op de datum waarop de Canadese Regering een bevestigend antwoord heeft gegeven.

Gelief, Excellentie, de hernieuwde verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

t.a.v. (w.g.) J. H. W. FIETELAARS

J. Fietelaars

Regeling
Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada houdende een verdrag inzake het gebruik door Canadese inspectieteams van Nederlandse militaire faciliteiten
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
03-09-1996
BWB-id
BWBV0001165
Versie
1996-09-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl